Diane Busink: “Je leeft altijd in een groter verhaal dan dat van jezelf”
Diane Busink wilde van jongs af aan ‘grotemensenverhalen’ schrijven, en als gedragskundige leerde ze precies kijken naar wat mensen drijft. Nu schrijft ze historische romans. In dit interview vertelt ze over personages die een verhaal overnemen, zintuiglijk schrijven en de balans tussen feit en fictie.
Je werkt naast het schrijven als gedragskundige en ACT-coach. Hoe gaat dat samen?
Het vult elkaar aan. Jarenlang combineerde ik mijn werk in de onderwijs- en zorgsector met schrijven. Sinds 2020 heb ik het omgedraaid: ik ben vooral schrijver en doe daarnaast losse klussen als ZZP’er.
Ik ben als gedragswetenschapper altijd geïnteresseerd in wat mensen motiveert en beweegt, op zoek naar het verhaal áchter het verhaal. Ik heb geleerd te observeren en analyseren; dat komt van pas tijdens het schrijfproces.
Want elk boek, elk schrijfproces vraagt om inlevend vermogen, creativiteit en vooral discipline. Laatst noemde iemand me een perfectionist. Dat klopt, al vind ik het woord zorgvuldig vriendelijker klinken.
Feiten moeten kloppen. Lezers kunnen nagaan wat echt gebeurd is en wat verzonnen is. Het uitgebreid raadplegen van archieven, bronnen en historici is voor mij een startpunt. Pas als de historische kern klopt, schrijf ik de verhaallijn eromheen.
Mijn personages zijn, ongeacht de tijd waarin ze leven, herkenbaar in hun emoties, hun angsten en de dromen die ze najagen.
Neem bijvoorbeeld mijn nieuwste historische roman De magische tijdpoort – de verborgen erfenis van de familie Van Lymborch-Maelwael. Een spannend historisch YA-verhaal over de beroemde familie, die rond 1400 aan de bakermat stond van de kunstgeschiedenis.

Maar onder die historische laag schuilt óók een verhaal over familiepatronen en menselijke emoties: een moeder die haar jonge kinderen moet loslaten, de dynamiek tussen beroemde broers en de achterblijvende kinderen, en dat alles in een decor van opstanden, oorlogen, pest en hongersnood.
Het verhaal gaat ook over coming of age, keuzes maken; iets wat van alle tijden is. Want ook nu worstelen mensen met FOMO (fear of missing out) en FOBO (fear of better options) en de invloed van anderen, tegenwoordig vaak versterkt door sociale media.
Waren mensen in de middeleeuwen wezenlijk anders? Ik denk van niet. De omstandigheden waren anders, maar gedrag, gevoelens en emoties zijn tijdloos.
Je debuut was een peuterboekje, Belle in bad. Hoe kwam je daarna bij historische romans voor volwassenen uit?
Dat peuterboekje is eerder de uitzondering dan de regel. Ik wilde van jongs af aan schrijver van ‘grotemensenverhalen’ worden; dat voelt echt als een roeping.

Als kind zat ik al achter de typemachine van mijn ouders verhalen te tikken. Daarnaast las ik ontzettend veel. Mijn fascinatie voor de middeleeuwen is zonder twijfel ontstaan door Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman. Dat boek heeft een enorme indruk op me gemaakt.
Mijn eerste historische roman speelt zich af in de streek waar ik ben opgegroeid. Vanuit persoonlijke interesse had ik al archiefmateriaal verzameld, onder andere over pastoor Jacob Vallick, die leefde van 1515 tot 1572.
Vallick was in veel opzichten zijn tijd ver vooruit. Hij schreef twee boeken, waarvan er tegenwoordig één in een museum in Parijs ligt. Daarnaast bleek dat hij resten van mogelijke tempelridders had opgegraven. Ineens dacht ik: hier zit een roman in.
Vanaf dat moment ben ik me nog verder gaan verdiepen in archieven en historische bronnen en raadpleegde ik historici. Juist dat speurwerk – het combineren van feiten, geschiedenis en levensverhalen – vind ik een van de mooiste onderdelen van het schrijven van romans. De daaropvolgende boeken zijn alle drie historische romans.
Mijn volgende boek, dat in januari 2027 uitkomt, is niet historisch. Dit YA-verhaal stipt twee maatschappelijk thema’s aan: dierenleed en kindermishandeling. Hoewel het zware, sombere onderwerpen zijn, denk ik dat het bovenal een spannend verhaal is waarmee ik de lezers kan meevoeren en verrassen. Dus… wordt vervolgd.
Je schreef je eerste twee historische romans, Een quaet vermoeden en Wikkelkind, tijdens corona. Wat heeft die periode met je schrijven gedaan?
Ik had mijn peuterboekje al op de markt gebracht en wist dat ik meer wilde gaan schrijven. Tijdens de lockdowns vond ik rust en tijd hiervoor: veel thuiswerken, geen lange files, vanuit huis op zoek naar nieuwe uitdagingen en bezigheden. Ik heb Een quaet vermoeden in die periode afgemaakt.

Terwijl dat boek bij de uitgever lag, ben ik begonnen aan Wikkelkind. Dat verhaal is zijdelings gebaseerd op historische feiten uit de zeventiende eeuw en speelt voornamelijk in en om Delft, in Heusden en rond de kabouterboom in Beek.
Het gaat om tijdloze vrouwenkracht en intuïtie en de doorsijpelende invloed van heksenvervolgingen. In deze roman speelt speltherapie een belangrijke rol, dus een link met mijn werk als gedragskundige.
In De klapwaakster gaf je voor het eerst meer ruimte aan je fantasie, zei je in een interview. Wat heeft dat met je schrijven gedaan?
Het onderwerp van mijn derde roman wist ik globaal, maar ik werd zelf verrast toen het verhaal op stoom kwam. Toen pas zag ik een rode draad die ik niet gepland had. Het einde diende zich ‘schrijvenderwijs’ aan.
Dat had ik niet vooraf op een tijdlijn vastgezet. Ik liet me steeds meer leiden door de personages. Klinkt zweverig, maar was eigenlijk heel concreet. Want toen ik de hoofdpersonen voldoende ’tot leven’ had laten komen, met eigen karakters, meningen en drijfveren, was het ook ineens logisch dat de personages de verhaallijn een bepaalde kant op dwongen.
Daarmee werd De Klapwaakster wel een iets ander boek; meer magisch en soms wat filosofisch wellicht. Is dat wat je bedoelt met het volgen van mijn fantasie? Of volgde ik mijn personages en schreef ik vooral intuïtief?

In De klapwaakster schrijf je over de dansplaag van 1518. De meeste mensen kennen dit fenomeen niet. Hoe ben je erop gestuit?
Het begon met een persoonlijke uitdaging als schrijver: ik wilde zintuiglijker leren schrijven. Niet door letterlijk woorden als ‘proeven’, ‘voelen’, ‘ruiken’, ‘horen’ of ‘zien’ te gebruiken, maar door die ervaringen subtieler in het verhaal te verweven.
Daarom bedacht ik een bedlegerige hoofdpersoon die volledig is aangewezen op haar herinneringen en haar innerlijke wereld. Vrij snel kwamen daar allerlei vragen en motieven uit voort: waarom wordt deze vrouw in leven gehouden, door wie, en met welk doel? Wat is haar overkomen? En vooral: hoe breng ik de lezer zo dicht mogelijk op haar huid of liever nog, eronder?
Ik moest op zoek naar een tegenkracht: iets dat zich fysiek manifesteert en buiten haar controle viel. Ik zocht het contrast tussen haar verstilde kerker en de chaotische buitenwereld om de spanningsboog sterker te maken.
Dat lag voor het oprapen: aan het begin van de zestiende eeuw hing er voortdurend dreiging in de lucht: hongersnood, overstromingen, extreem koude winters, ziekte en dood. De grens tussen leven en dood was flinterdun.
In zo’n klimaat kregen achterdocht, bijgeloof en magisch denken vrij spel. Een voedingsbodem voor massahysterie. Bijna toevallig ontdekte ik het historische fenomeen van de dansplaag van 1518 die hierdoor is ontstaan.
Meteen voelde ik: dit is de juiste context. Het gaf het verhaal niet alleen historische diepgang, maar ook een krachtige symbolische laag.
Vervolgens heb ik contact gezocht met wetenschapper John Waller, die jarenlang onderzoek deed naar deze dansplaag. Ik las zijn studies en verdiepte me in zijn inzichten. Vanaf dat moment vielen de twee belangrijkste verhaallijnen op hun plek: die van de klapwaakster en die van de dansplaag.
Wat hoop je dat een lezer meeneemt uit De klapwaakster en waarom?
Dat de lezer met verwondering kijkt naar deze gebeurtenis in de 16e eeuw. Het gaat om eenzaamheid en wat dat met een mens kan doen en de kracht van de suggestie: hoe bijgeloof magisch denken wordt en uitmondt in massahysterie. Dat is iets van alle tijden.
Ik wil in mijn boeken óók meegeven: die middeleeuwers waren zo gek nog niet! De term ‘donkere middeleeuwen’ is volgens mij zó misplaatst! Op zoveel fronten waren de mensen in die tijd vooruitstrevend, ontwikkeld en kleurrijk.
Hun omgang met elkaar was niet alleen maar barbaars. En qua duurzaamheid kunnen we echt wat van hen leren!
In je auteursbio staat dat wat mensen motiveert je altijd geïnteresseerd heeft. Hoe werkt dat als je een personage uit de 16e eeuw probeert te begrijpen?
Mensen zijn mensen, door alle eeuwen heen. Ze verschillen niet zoveel van elkaar. De omstandigheden kunnen wel flink uiteenlopen. Het is aan mij om te beschrijven wat omstandigheden met een personage kan doen.
Elk boek, elk schrijfproces vraagt dus een flinke dosis inlevend vermogen. Mijn historische personages leefden jaren geleden echt. Ik gebruik hun naam, hun woonplaats, datgene wat bekend is over hun levensloop.
En ik geef ze zomaar een karakter, leg ze woorden in de mond, breng ze in conflict met anderen, laat ze struggelen. Al probeer ik dat zo integer mogelijk te doen, het houdt me wel bezig.
Daarom benader ik altijd historici met de vraag of ze willen meelezen. In historische romans blijft het balanceren tussen feit en fictie. Het moet geen geschiedenisboek worden, maar het moet historisch wel correct zijn. Lezers kunnen vervolgens zelf op onderzoek uitgaan.
Ik voeg altijd fictieve personages toe die een verhaallijn kunnen dragen of een conflict veroorzaken. Zonder conflict is een spanningsboog te saai of ontbreekt het personages aan drijfveren. Daarin kan ik, mits historisch verantwoord, mijn fantasie gebruiken.
Neem nu het levensverhaal van de gebroeders Van Lymborch. Die jongens werden rond 1400 als jonge tieners naar het Franse Hof gestuurd om getijdenboeken te verluchten.
Na een hoop ellende ontwikkelden ze zich tot de Rembrandts van de middeleeuwen, maar dat maakten ze zelf niet meer mee. Volgden deze broers hun passie? Hadden ze überhaupt een keuze? Hoe was dat voor hun moeder? Bestond er rivaliteit met de kinderen die in Nijmegen achterbleven? Op dat soort vragen focus ik me tijdens het schrijven.

Je schrijft ook levensverhalen in opdracht via BoekBusink.nl. Wat is anders aan over een echt mens schrijven dan aan fictie?
Inmiddels ben ik zo druk met de research, het schrijven van romans, het geven van presentaties en lezingen, dat de levensverhalen op een laag pitje staan.
Het schrijven ervan verschilt trouwens niet eens zoveel van het schrijven van historische romans. In beide gevallen wil ik het leven van een ander zo precies mogelijk op papier zetten. Daar is inlevend vermogen voor nodig.
Bij levensverhalen is alleen nog minder ruimte voor interpretatie of fantasie. Ik zit vast aan tijdlijnen, specifieke data, tijdstippen, gebeurtenissen en (historische) feiten.
Heb je vaste rituelen of routines tijdens het schrijven?
Als ik in de ‘flow’ zit, maak ik lange schrijfdagen van soms wel tien uur. Soms loopt het tussentijds vast, zit ik met een personage opgescheept dat niet goed voelt, ga ik wandelen.
Al wandelend vallen vaak alle puzzelstukjes op hun plek. Dat betekent: op een draf terug naar huis en herschrijven. Personage eruit, locatie veranderen, hoofdstuk omgooien.
Vooral in de fase dat het verhaal nog echt vorm moet krijgen, schrijf ik vrijwel iedere dag. Als het fundament eenmaal staat, is het een kwestie van uitbouwen, soms delen slopen en verbouwen. Dat lukt soms ook in een paar uur per dag. Maar die fase kan wel weer maanden duren.
Wat is voor jou het zwaarste deel van schrijven?
Het wachten. Op feedback, op reacties, op recensies. Of dat nu om reacties van meelezers gaat of om de terugkoppeling van een redacteur of uitgever, ik wil dóór!
Soms heb ik kleine vragen aan een historicus en als een antwoord dan dagen op zich laat wachten, blokkeert het mijn schrijfproces.
Wat ik ook lastig vind: schrappen. Dat is soms confronterend, maar nodig.
Heeft een historisch personage je tijdens het schrijven verrast en zo ja, waarom?
In De magische tijdpoort zegt een van de personages: “Je leeft altijd in een groter verhaal dan dat van jezelf.” Toen ik die zin schreef, besefte ik dat al mijn romans daar in de kern over gaan.
Wortels uit het verleden hebben vaak invloed op het handelen in het hier en nu. Je wordt ergens geboren, maar je leven begint al ver daarvoor. Niet per se spiritueel bedoeld, maar de start van jouw levensverhaal wordt bepaald door dat van je ouders en voorouders. Net zoals na jou het verhaal doorgaat.
Ook passie voor schrijven?
Jij schrijft elk woord, ViaScripta coacht je naar betere teksten.
Dag en nacht.
Zeven dagen gratis, geen credit card nodig.