Marie-José Verweij: “Schoen op straat? Meteen zie ik een brute moord voor me”

In 2024 stond ze nog twee dagen per week voor de klas, inmiddels schrijft Marie-José Verweij vijf dagen per week, en tegenwoordig vanuit Italië. Een gesprek over plot boven personage, een echt massagraf en waarom afhaken geen optie is.
Je was leerkracht in het basisonderwijs en bent freelance copywriter. Hoe is het schrijven van thrillers daar bijgekomen?
In 2020, tijdens de coronapandemie, had ik de rust en de tijd om me te verdiepen in schrijven. Dat was een langgekoesterde droom, maar schrijven was lastig in te plannen in een druk bestaan. Het kost toch de nodige uren per week om je echt ergens in te verdiepen.
Ik heb via Schrijvenonline een minicursus gevolgd en merkte bij een specifieke schrijfopdracht dat ik veel plezier had in het schrijven van fictie. Ook hielp het dat ik van de docent positieve feedback kreeg, die mij de doorslag gaf om naast twee dagen voor de klas staan te gaan schrijven. Het uiteindelijke doel was bij aanvang onbekend, maar in 2021 verscheen mijn debuut Met onbedachte rade.
Wat trekt je in het thriller-genre
Op de een of andere manier denk ik vooral in mysteries. Als ik bijvoorbeeld een schoen op het wegdek zie liggen, zie ik meteen een brute moord of ontvoering voor me, terwijl een ander zich misschien alleen afvraagt wat die schoen daar in hemelsnaam doet.
Ik denk om die reden dat ik niet snel een zoetsappige roman zou schrijven.

Wat van je copywriter-werk herken je in hoe je thrillers schrijft?
Eigenlijk niet veel. Mijn verhalen zijn voornamelijk fictie, en dus verzonnen, en het schrijven van commerciële teksten is dat doorgaans niet.
Momenteel schrijf ik overigens bijna geen commerciële teksten meer. Ik focus me volledig op mijn werk als professioneel schrijfster en schrijf dan ook vijf dagen per week.
Je woont in Italië. Wat doet die afstand met je schrijven over Nederland?
Vooralsnog merk ik geen verschil. Als ik een verhaal schrijf waan ik me op een bepaalde plek en gebruik ik daarvoor mijn levendige fantasie.
Overigens speelt mijn vierde thriller met werktitel De Ondergang zich af in Toscane, dus ik heb genoeg inspiratie en aanknopingspunten voor het verhaal nu ik in Italië woon.
Maak je vooraf een uitgewerkte plot, of ontdek je het verhaal al schrijvend? En waarom?
Tijdens het schrijven van mijn eerste boek Met Onbedachte Rade was ik simpelweg begonnen met een openingsscene en schreef ik steeds verder, zonder een eindpunt in gedachten.
Nou, dat heb ik geweten op het moment dat het toch echt een boek leek te worden qua omvang. Ik moest toen al die losse scenes in een verhaal zien te gieten en dat was een behoorlijk ingewikkelde puzzel.
Vanaf mijn tweede boek, Geen weg terug, werk ik dan ook gestructureerder. Ik werk eerst globaal een verhaalidee uit met kop en staart en begin dan pas met het schrijven zelf. Het is prettig om een leidraad te hebben en me daaraan vast te kunnen houden en dus werk ik nu steeds op die manier.

Wat is voor jou belangrijker in een thriller, een sterke plot of sterke personages? En waarom?
Mijn verhalen zijn doorgaans meer plot gedreven, dan karakter gedreven. Ik denk dat dat met het genre te maken heeft. Een thrillerlezer wil vooral actie, snelheid en spanning zien en niet zozeer een enorme uiteenzetting van een personage, zoals bij een roman.
Voor De opgraving werkte je met het massagraf van Vianen als uitgangspunt, een echte vondst uit 2020 in de stad waar je opgroeide. Hoeveel onderzoek zat erin voor je kon beginnen met schrijven?
Behoorlijk veel, omdat ik wel wilde dat de feiten over het massagraf en de geschiedenis klopte. Zo heb ik artikelen gelezen over oorlogen in de achttiende eeuw om een goed beeld van die tijd te krijgen, en heb ik natuurlijk de onderzoeksrapporten van de archeologen bestudeerd.
Ook heb ik veel betrokkenen gesproken, waaronder de archeologen die het massagraf hebben opgegraven en het bestuur van de historische vereniging in Vianen. Allemaal ontzettend leuk en leerzaam, zeker als het je eigen stadje betreft.
Wat hoop je dat een lezer meeneemt uit De opgraving?
Ik hoop allereerst dat ik de lezer een mooie leestijd heb kunnen bieden, zoals ik hoop bij alle boeken die ik schrijf. Als schrijver wil je natuurlijk dat de lezer geniet van jouw verhaal.
Daarnaast hoop ik in dit specifieke geval dat lezers meer te weten zijn gekomen over een stukje tamelijk onbekende Nederlandse geschiedenis (Eerste Coalitieoorlog) en de opoffering van de mannen die in het massagraf zijn beland. Ik hoop hen een gezicht te hebben gegeven.
Geen weg terug stond in 2024 op de longlist voor de MAX Zilveren Vleermuis, een Nederlandse boekenprijs voor de beste thriller van het jaar. Wat deed die nominatie met je en wat doet zo’n nominatie met hoe je naar je eigen werk kijkt?
Die erkenning is natuurlijk hartstikke gaaf en geeft je de motivatie om meteen weer achter je laptop te duiken. Schrijven is doorgaans een eenzaam proces en het is dan heel fijn als je uiteindelijk, op het moment dat het verhaal af is en in de winkel ligt, allemaal positieve reacties krijgt. Tot het moment van verschijnen blijft het gissen wat de lezer van het verhaal zal vinden. Dat is spannend, zeker omdat je op dat moment niets meer aan het verhaal kunt veranderen.

Geen weg terug in 2024, De opgraving in februari 2025. Werkte je aan beide tegelijk, of na elkaar? En hoe slaag je erin zo productief te zijn?
Terwijl ik Geen weg terug voor de laatste keer doornam nadat proeflezers en mijn redactrice Manon Hendriks het manuscript hadden gelezen was ik ook bezig met het onderzoek naar de massagraven in Vianen. Ik merkte dat onderzoek doen goed te combineren is met herschrijven en verbeteren.
Twee boeken daadwerkelijk tegelijk schrijven, lijkt mij lastig. Ik geef de voorkeur aan eerst een verhaal schrijven en insturen en dan pas beginnen met het schrijven van het volgende verhaal.
Je debuteerde bij Davey Jones Publishing en stapte in 2023 over naar De Crime Compagnie. Hoe verschilt het werken met die twee uitgevers voor jou?
Met beide uitgevers heb ik positieve ervaringen, maar de Crime Compagnie is altijd mijn droomuitgeverij geweest. Ik vind het nog steeds een eer dat zij mijn boeken uitgeven en denk tegelijkertijd dat mijn verhalen perfect aansluiten bij de doelgroep van deze uitgeverij.
Zeker nu de Crime Compagnie onderdeel is van A.W. Bruna merk ik ook het voordeel van een grote uitgeverij. Er werken veel mensen met ieder zijn eigen specialiteit om de boeken aan de man te brengen en dat is natuurlijk wat je als schrijver wil: gelezen worden.
Wat is iets dat anderen over schrijven beweren waar jij het mee oneens bent? En waarom?
Mensen hebben een behoorlijk rooskleurig beeld van het schrijversleven, maar over het algemeen is het keihard zwoegen en komt het aan op discipline.
Ik sta echt niet elke dag te juichen om te mogen schrijven. Soms loop je vast op een moeilijke scene waar je niet uitkomt, of ben je moe waardoor zinnen minder vloeiend op papier komen. Je voelt dan de frustratie toenemen en ondertussen kostbare tijd wegtikken. Inmiddels weet ik dat je juist die momenten moet doorzetten, zodat het boek er komt. Afhaken is geen optie.
Gelukkig heb ik over het algemeen productieve en leuke schrijfsessie en zou ik nooit meer iets anders willen dan schrijven.
Jij schrijft elk woord. ViaScripta coacht.
Geen AI die je tekst herschrijft, maar een coach die laat zien wat werkt en wat scherper kan.
Plak een passage en zie wat de coach aanwijst.
Je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen. Privacyverklaring
Behoefte aan meer coaching?
Met een gratis account springt je limiet naar 20.000 karakters per analyse, en krijg je bij elke analyse drie verdiepingsknoppen, toegespitst op jouw tekst.
Andere tekstsoort proberen?
Geen creditcard nodig.