Lenno Vranken: “Echte horror is een zachte melodie, geen rammelende kettingzaag”

Lenno Vranken houdt van baljurken die door verlaten gangen ruisen, en van wat er in het donker aan het eind van die gang op de lezer wacht. Hij debuteerde in 2016 als tiener met de fantasyreeks De wereld achter de spiegel en schrijft tegenwoordig gotische horror voor volwassenen. In het interview voor ViaScripta vertelt hij waar bij hem de grens ligt tussen confronteren en puur willen shockeren.
Je groeide op in een klein dorp in Belgisch Limburg. Je koppelt dat aan thema’s van afzondering en wegvluchten naar andere werelden. Hoe werkt dat verlangen door in de manier waarop je je werelden bouwt?
Voor mij is het verlangen naar de weide wereld – de wereld buiten het dorp waar ik al heel mijn leven woon – bijna iets pijnlijks, iets dat aan mij vreet.
Het is als kijken door een raam, je kunt de dingen wel zien, maar ze niet aanraken. In mijn schrijven probeer ik koninkrijken te schapen die dat gevoel exact weergeven; ze zijn groot, bijna mysterieus en vol verwondering.
Maar onder al die glorie schuilt ook iets duisters en melancholiek. Het is het antwoord op de grote vraag: wat zou ik ontdekken als ik dan eindelijk een leven mocht gaan leiden in een grote stad?
Zou het alles zijn waar ik ooit van heb gedroomd? Of zou het juist iets gruwelijks en droef aan mij onthullen? Zou ik erachter komen dat ik helemaal niet in de setting van een stedelijk leven pas, en zo beseffen dat ik noch in de ene wereld, noch in de andere thuishoor?
Je bestudeert modegeschiedenis als liefhebberij. Werkt die belangstelling voor kleding en tijdsbeeld door in hoe je je personages en werelden aankleedt?
Modegeschiedenis is meer voor mij dan alleen een liefhebberij – het is een passie. Voor mensen die niet veel bezig zijn met kleding kan dit misschien bijzonder banaal klinken, maar er schuilt zoveel belangrijke informatie in de kleding die onze voorouders droegen.
Een simpel overhemd uit de negentiende eeuw kan ons exact vertellen aan welke klasse een persoon toebehoorde, hoe zijn dagelijks leven eruitzag en zelfs hoe die persoon voor zichzelf zorgde! Is dat niet fascinerend?
Met diezelfde grandeur probeer ik beelden van kleding te schetsen in mijn verhalen. Ik ben bijvoorbeeld een enorme fan van baljurken.
In mijn boeken laat ik deze kledingstukken zweven en ruizen door schitterende balzalen en verlaten gangen – wat een elegantie! Het frustreert mij altijd enorm wanneer ik een boek lees en er niet wordt beschreven wat een personage aanheeft. In mijn verhalen tracht ik die fout recht te zetten.
In Wisselkind ga je terug naar de duistere, oorspronkelijke versies van de Grimm-sprookjes. Wat zit er in die rauwe originelen dat de meer schoongepoetste versies missen? En hoe kies je dan wat je behoudt en wat je naar je eigen hand zet?
Het hoofdbestandsdeel dat de opgepoetste sprookjes van vandaag missen is diepgang. Maar niet alleen dat. In onze klassieke volksverhalen schuilt zoveel informatie – meer dan je aanvankelijk zou denken.
De originele Grimm-sprookjes zijn vervuld van wijze lessen en spiritualiteit. In onze huidige maatschappij, die zo krampachtig alles probeert in te kaderen en schoon te schrobben, missen we vaak een uitlaatklep voor duisternis, angst en verschrikking; al die dingen die in ieder van ons te vinden zijn, maar haast nooit worden toegestaan om naar buiten te komen.

Het is niet gezond om deze dingen op te kroppen. Dat is iets wat de oorspronkelijke sprookjes juist wel voor ons deden. Ze brachten ons waarschuwingen bij voor de gruwelen van het echte leven, maar dan binnen de veilige omgeving van een warme thuis.
Bij het schrijven van mijn boek Wisselkind heb ik extra mijn best gedaan om erop te letten dat geen van deze belangrijke lessen uit de originele sprookjes verloren ging. Wanneer je naar deze oude verhalen kijkt, bots je wel op tegen heel andere normen en waarden dan welke de dag van vandaag in acht worden genomen.
Daar besloot ik dus mijn eigen twist aan te geven. Genderpatronen werden door mij omgedraaid en de vrouw kreeg ook een actievere rol. Op die manier heb ik naar mijn mening een sprookjesboek samengesteld met het grootste respect voor onze oude volksverhalen, maar telkens wél met een actuele twist voor het lezerspubliek van vandaag.
Wisselkind mengt elf sprookjes met nieuwe verhalen en met gedichten. Hoe verhouden die gedichten zich tot de verhalen, en waarom vond je dat ze ernaast moesten staan?
Naast volksverhalen was ook muziek enorm belangrijk voor onze voorouders. Poëzie is voor mij bijna hetzelfde als een lied, namelijk dat het op dezelfde manier recht uit het hart lijkt te komen.
Sprookjes zijn al van kindsbeen erg belangrijk voor mij geweest en daarom besloot ik op iedere mogelijke manier een zeer persoonlijk werk te maken van Wisselkind. Om diezelfde reden heb ik zelfs illustraties van mijn eigen hand toegevoegd aan het boek.
Persoonlijk beschouw ik mezelf niet als een begaafd tekenaar, maar naar mijn gevoel was het van belang om deze extra persoonlijke toets toe te voegen. De twee mediums van gedichten en illustraties gaan erg mooi samen met de kracht van sprookjesachtige verhalen en creëren met zijn drieën een bijna droomachtige sfeer.
Wisselkind is soms op het gruwelijke af. Waar ligt voor jou de grens tussen iets confronterends laten zien en gewoon willen shockeren?
Een boeiende vraag. Ik ben immers een groot liefhebber van horror, maar dat is niet omdat ik niet van vrolijkheid of licht hou. Nee. Ik vind griezeligheid juist zo belangrijk omdat het een niet zonder het ander kan bestaan.
Alles op onze planeet moet in evenwicht blijven. Ieder sprankje van goedheid, liefde en hoop verliest zijn kracht wanneer het niet tegenover duisternis kan staan. En dat is juist wanneer ik vind dat gruwelijkheid een zinvolle plek heeft in een verhaal.
Duisternis in fantasy helpt ons de confrontatie aan te gaan met de wreedheden van onze moderne wereld, maar dan verpakt in een veilig jasje van vampiers, weerwolven en mummies – exact zoals de originele Grimm-sprookjes dat voor ons deden!
Wanneer horror dit niet doet, en gewoon bloed in het rond doet spatten als een soort ‘opvulling’, dan vind ik dit juist misselijkmakend. Ik hou er ook absoluut niet van wanneer mensen onnodig worden gemarteld in films of boeken, tenzij dit echt een gewichtige bijdrage levert aan de boodschap van het verhaal.
Een wisselkind is een elfenkind dat tussen de mensen leeft, een buitenstaander. Hoe kleurt dat buitenstaanderschap de hele bundel? En waarom werd juist dat beeld de titel?
De term wisselkind kwam mij ongeveer een tiental jaren geleden voor het eerst ter ore en heeft mij sinds die tijd nooit meer losgelaten. Ik voel mij immers ook een buitenstaander in de wereld, en hoop met mijn boeken mensen te kunnen bereiken die datzelfde gevoel ervaren.
Wisselkind bleek dé perfecte titel voor mijn sprookjesboek omdat er verhalen en boodschappen in aan bod komen die bijna geen plaats meer lijken te hebben in onze moderne samenleving. Mijn boek is een rariteit, iets om van weg te deinzen. Met andere woorden: het is een wisselkind.
Je debuteerde in 2016, nog tijdens je tienerjaren, met het eerste deel van De wereld achter de spiegel. Inmiddels telt het al vijf delen. Als je het eerste deel nu herleest, wat herken je nog van de schrijver die je toen was, en wat zou je nu anders doen?
De vijf boeken die deel uitmaken van mijn De wereld achter de spiegel-reeks zullen voor altijd een bijzonder plekje hebben in mijn hart. Dit zijn de verhalen waar het voor mij allemaal mee begon, mijn opstapje naar de schrijverswereld.
Voor dit feit alleen al zal ik deze boeken, en de wereld die ik hierin heb geschapen, voor eeuwig dankbaar zijn. Tegelijkertijd kan ik niet ontkennen dat ik absoluut veel dingen anders zou hebben gedaan als ik de reeks mocht herschrijven. Ik merk dat ik mij erg verlies in de details van mijn knotsgekke fantasywereld.
Hierin schuilt zowel de kracht als de valkuil van de hele serie. Het is een kracht omdat ik er in mijn jeugdboeken toe in staat ben om de meest absurde dingen vorm te geven, dingen die een mens zich onmogelijk zou kunnen voorstellen.
Aan de andere kant is het een valkuil omdat je als auteur de lezer juist moet toestaan om bepaalde dingen zelf in te vullen. Die subtiliteit zou ik dus anders hebben aangepakt. Wat betreft de dingen die ik nog altijd herken in mijn huidige schrijfstijl: ik schrijf met bijzonder veel adjectieven.
Het is een stijl die bij de lezers bijzonder goed in de smaak valt of juist een grote misser is. Ik kan er niets aan doen. Ik hou van bloemige proza en zal hier dus niet snel van wegstappen. Mijn boeken zijn ook niet voor iedereen bedoeld, dus ik vind het helemaal oké als bepaalde mensen afhaken vanwege mijn specifieke schrijfstijl.
Je ging van een jeugdfantasyreeks naar gotische horror voor volwassenen. Wat veranderde er in je schrijven bij je overstap naar een ander genre?
Toen ik begon te schrijven aan mijn eerste volwassenen boek, was het bijna alsof ik een eeuwenoud monster mocht bevrijden van zijn ketenen.
Het was geweldig om voor het eerst alle remmen los te gooien en te kunnen schrijven over bepaalde thema’s die het volwassenenleven kunnen teisteren. En geen genre is hier zo perfect voor als het gotische genre.
Gotiek als literair genre is ontstaan in de late achttiende eeuw en viel bijzonder goed in de smaak tijdens de periode van de ‘verlichting’. Een industrieel tijdperk brak aan, en veel mensen verlangden ernaar om te ontsnappen naar een wereld waar kunst en spiritualiteit terug op de voorgrond mochten staan.
In deze periode ontstonden literaire klassiekers zoals The Mysteries of Udolpho en Mary Shelley’s Frankenstein. De populariteit van dit genre bleef maar groeien en bereikte een piek in de laatste tien jaar van de negentiende eeuw.
Boeken zoals Dracula en The Picture of Dorian Gray werden verslonden door het publiek en waren hoofdzakelijk bij vrouwen immens populair.
Waarom? Omdat vrouwen in deze periode van strenge etiquette, rigide sociale normen en strakke korsetten konden lezen over thema’s zoals het loslaten van emoties, mentale horror en seksuele bevrijding.
Het feit dat het gotisch genre voornamelijk werd gedomineerd door vrouwelijke auteurs – in een tijdperk waarin vrouwen quasi geen rechten hadden – zorgde ervoor dat gotische boeken niet alleen populair waren bij dames, maar bij gemarginaliseerde groepen in het algemeen.
De bevrijding die het gotische genre met zich meedraagt is vandaag de dag nog altijd voelbaar en ik haal er veel voldoening uit om met deze lugubere sferen te blijven werken tijdens mijn schrijven. Het genre heeft mij zeker geholpen om als auteur nieuwe niveaus te bereiken.

Gebruik je de romantiek in Wisselkind bewust om de horror harder te laten binnenkomen, doordat de lezer om de personages gaat geven? Of werkt het bij jou anders?
Het is best apart dat romantiek überhaupt een rol speelt in mijn boeken, want eigenlijk hou ik helemaal niet van romance als genre. Romantische films, boeken en muziek gaan allemaal verloren aan mij en lijken wel lege omhulsels die zowat geen boodschap met zich meedragen.
En toch, wanneer ik in het gotische genre duik, lijkt de romantiek op bijna organische manier in mijn werk te sluipen. Ik hou niet van bloemige, happy en breindode romantiek als op zichzelf staand genre, maar gotische romantiek is daarentegen een heel ander verhaal.
Gotische romantiek heeft te maken met de obsessieve gevoelens die we sowieso al ervaren wanneer we verliefd worden op een ander, maar dan vermenigvuldigd maal duizend. Alles in gotische romantiek wordt uitvergroot, met spanning beladen en extra dramatisch.
Hier ben ik helemaal gek op. Het is alsof de menselijke psyche zich laat gaan en volledige overgave levert aan een kracht die wij al ervaren sinds het begin des tijds. Dus wanneer je mij vraagt of ik de romantiek in mijn boeken bewust gebruik, dan moet ik antwoorden met nee, maar ik ben er wel van overtuigd dat het horror-element des te sterker aanvoelt doordat ik de twee op natuurlijke wijze laat samenkomen.
Gotiek kan echter op zichzelf al erg krachtig zijn, dus ik laat een romance pas echt toe in mijn verhaal als ik het gevoel heb dat dit een meerwaarde zal leveren aan de personages en het plot. Ik zou het bijna vergelijken met het neerlaten van een ophaalbrug, in die zin dat ik niet altijd wil toestaan dat romantiek komt binnenstormen als het geen doel dient.
Hoe ziet je schrijfdag eruit?
Toen ik nog naar school ging was mijn leven erg gestructureerd en plande ik mijn schrijftijd strak in. Ik moest wel, want ik had zoveel hobby’s en verplichtingen dat ik onmogelijk de tijd had om te schrijven als ik mij niet aan een of ander rooster hield.
Momenteel is mijn leven erg onzeker en ik kan niet op voorhand voorspellen hoe een week voor mij eruit zal zien. Ik heb het echter overdonderend druk, dus schrijven zit er voor mij niet altijd in. Ik spring meestal achter mijn laptop van zodra ik maar een vrij moment kan vinden.
Ook schrijf ik het liefst ’s nachts, want dan lijkt het creatieve deel van mijn brein beter te werken.
Wat doe je als een scène maar niet eng wil worden, als je het gevoel hebt dat de dreiging niet goed (genoeg) werkt?
Horror moet naar mijn gevoel bijna uit zichzelf naar voren komen. Als het zich niet wil aandienen bij een bepaalde scène, dan laat ik het meestal met rust en wacht tot er een nieuwe situatie in mijn verhaal opduikt waarin het griezelige element juist wel zin heeft om te doen wat het moet doen…
Stel nu dat ik echt geen andere keus heb en er moet per se een gruwelijke gebeurtenis op het papier verschijnen, dan dwing ik mezelf om alles op te schrijven wat er in mij opkomt. Ik laat me gewoon gaan en stop wanneer ik het gevoel heb dat er niets meer te vertellen valt.
Dan neem ik de tijd om alles wat ik heb geschreven na te kijken. Ik ga zin per zin af en geef mezelf de taak om zoveel als mogelijk te schrappen. Echte horror zit hem naar mijn gevoel in de subtiele details.
Het zijn niet de beestachtige monsters of rammelende kettingzagen die een bladzijde domineren, maar juist het beschrijven van een bepaalde blik in iemands ogen, de vreemde beweging in je ooghoek of de zachte melodie van een lang vergeten lied die werkelijk de haren in je nek overeind doen staan.
Jij schrijft elk woord. ViaScripta coacht.
Geen AI die je tekst herschrijft, maar een coach die laat zien wat werkt en wat scherper kan.
Plak een passage en zie wat de coach aanwijst.
Je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen. Privacyverklaring
Behoefte aan meer coaching?
Met een gratis account springt je limiet naar 20.000 karakters per analyse, en krijg je bij elke analyse drie verdiepingsknoppen, toegespitst op jouw tekst.
Andere tekstsoort proberen?
Geen creditcard nodig.




