“Waarom ik niets doe?’ vroeg de smaragdhagedis, ‘nou, ik heb ontdekt dat het werken een ziekte is van het denken”

Auteur Jan Bouwstra portretfoto

Het schrijven van fabels is misschien ook wel een ziekte van het denken. Was getekend Jan Bouwstra. Sinds enige jaren schrijft hij met succes filosofische fabels, en wordt inmiddels de opvolger van Toon Tellegen genoemd. Binnenkort wordt zijn derde boek gepubliceerd, een samenwerking met de bekende illustrator Thé Tjong-Khing.


Je werkte jarenlang in onderzoek. Moleculaire wetenschappen in Wageningen, promotie aan de Universiteit Utrecht, daarna werkte je onder meer bij Fujifilm. Hoe ben je tot schrijven gekomen en waarom koos je voor fabels?

Ik ben mijn leven lang wetenschappelijk onderzoeker, op het gebied van biomaterialen en plasma’s geweest.Maar daarnaast schrijf ik ook, al sinds de middelbare school. Niet altijd even intensief, maar literatuur heeft altijd een rol in mijn leven gespeeld.


Ik heb als achttienjarige ook getwijfeld tussen allerlei studierichtingen, waaronder Nederlands, een Rechtenstudie, Scheikunde, en zelfs het conservatorium.


Uiteindelijk koos ik voor de opleiding Moleculaire Wetenschappen, vooral omdat ik dacht dat daar veel te leren en te ontdekken viel voor mij. En omdat ik vond dat ik het schrijven (en de muziek) er prima als een hobby bij kon houden.

Ik ben altijd tweesporig gebleven, professioneel was ik wetenschapper, en in mijn vrije tijd was ik schrijver en lezer.  Ik schreef echter nooit met het doel om mijn werk te publiceren, maar alleen voor mijn eigen plezier. Er zijn weinig mensen die dat begrijpen. 

Ik ben met het schrijven van fabels begonnen omdat fabels zich lenen om filosofische thema’s en ‘levensvragen’ op een toegankelijke en poëtische manier te onderzoeken.

Fabels zijn een fantastisch literair genre, dat vanaf de oudheid (Aesopus) tot vandaag aan toe (Toon Tellegen) zijn eigen plek heeft binnen de literatuur.

Uitgeverij Noordboek wilde mijn werk graag uitgeven, nadat een literaire vriend mij bij hen had geïntroduceerd, omdat mijn werk iets toevoegt aan het Nederlandse ‘literaire landschap’, uniek is.

De brilslang, de boktor en de andere dieren – filosofische fabels van auteur Jan Bouwstra (Uitgeverij Noordboek)


De fabels van Toon Tellegen waren duidelijk een inspiratie. Wat heb je van hem geleerd, en wat doe je juist anders?

Ik vind Toon een geweldige schrijver, en kocht zijn boeken voor mijn kinderen, om ze daarna vooral zelf te lezen. Zijn fabels zijn absurdistisch, melancholiek, poëtisch en ontroerend.

Hij heeft mij geleerd dat alles kan en mag in fabels, dat een mier de zon uit kan plassen, en armpje drukken met de olifant. En dan winnen, in fabels kan dat!

Wat ik anders doe dan Toon is vooral het structureren van het verhaal, en het introduceren van filosofische thema’s. Meer expliciet dan Toon het doet.


Je werkt meestal van thema naar dier. Hoe bepaal je welk dier bij een thema past?

De mensen hebben al een beeld in hun hoofd bij een dier: de uil is wijs, de vos sluw, de egel zachtaardig, de mier een harde werker, de krekel een flierefluiter. Bij dat beeld dat de lezer in zijn hoofd heeft, sluit ik aan.

Bij het schrijven van een fabel bedenk ik allereerst waar de fabel over moet gaan, het thema, en ga daarna met de uitwerking van het thema aan de gang, en kies de dieren die hier het beste bij passen.

Ik probeer dieren overigens niet al te stereotiep neer te zetten, hun karakter en gedrag is niet in elke fabel hetzelfde. De uil kan in de ene fabel heel wijs zijn, en in een andere fabel hooghartig en koel.

Ook dieren hebben stemmingen die kunnen wisselen (in mijn fabels), en hun karakter heeft verschillende kanten.


Bij Toon Tellegen ontbreekt vaak een duidelijke clou. Bij jou zit die er wel in. Waarom is dat voor jou belangrijk?

Ik herlees mijn fabels nadat ik ze heb geschreven diverse malen, en wanneer ik ze dan niet meer interessant vind, vallen ze af.

Fabels moeten bestand zijn tegen herlezen, en dat is vooral het geval wanneer er thema’s worden geintroduceerd waarover nagedacht kan worden.

Elke vrijdag een nieuwe fabel voor De Nieuwsbode in Zeist. Wat doet dat opgelegde ritme met je schrijven?

Ik zorg ervoor dat ik een voorraad fabels heb die ik kan gebruiken voor de Nieuwsbode. Ik moet vanwege deze wekelijkse publicatie mijn voorraad fabels op peil houden.

Ik stuur steeds een fabel op die al enige weken daarvoor is geschreven, en die ik nog steeds goed genoeg vind om te publiceren.


Wat maakt een onderwerp wel of niet geschikt voor een fabel en waarom?

Alles wat ikzelf interessant vind, is geschikt, daar wil ik graag over na (laten) denken.

Dit zijn over het algemeen meer filosofische, levensbeschouwelijke onderwerpen, over wie wij zijn, wat het doel is van ons leven, hoe een samenleving functioneert.

En er is wel een restrictie: het mag niet te dicht bij de dagelijkse realiteit staan. Wanneer ik een fabel schrijf waarin Geert Wilders aanwezig is (als een dier), dan werkt zo’n fabel niet.

Er moet een duidelijke scheidslijn zijn tussen de echte wereld en mijn fantasiewereld. Ik kan wel maatschappijkritisch zijn (en dat ben ik ook), maar dan op een indirecte, meer abstracte manier.

De krekel, het bos en de wereld – filosofische fabels van auteur Jan Bouwstra (Uitgeverij Noordboek).


Welke invloeden (auteurs, filosofen et cetera) herken je in je fabels, en hoe komen die terug in je schrijven?

Dat zijn er veel. Ik weet niet hoe dat in mijn hoofd werkt, maar allerlei filosofische stromingen hebben invloed op de manier waarop ik tegen de wereld aankijk.

Plato net zo goed als Kant of Nietzsche, en Foucault of Harari. Er zijn ook veel schrijvers, dus niet alleen filosofen, waar ik iets van heb geleerd.


Hoe ziet je schrijfdag eruit?

Ik begin ’s ochtends met sporten, ga dan douchen en daarna begint mijn ‘werkdag’, het schrijven. Dat doe ik in korte periodes, ik wissel het schrijven af met pianospelen, lunchen, sociale momenten.

Ik sluit mij nooit op in mijn werkkamer, werk zelden langer dan een uur achter elkaar door.


Wat doe je als een fabel niet wil komen en waarom werkt dat voor jou?

Ik lees tussen het schrijven door van alles dat ik op mijn bureau om mij heen heb liggen, ik trek mij zo terug uit de fabel waar ik op dat moment aan schrijf. Dat duurt altijd maar kort, en dan duik ik er weer in, of begin aan een nieuwe fabel.


Wie of wat heb je in je hoofd als je een fabel schrijft, en wat doet dat met je tekst?

Ik heb niet zoveel in mijn hoofd, wanneer ik schrijf. Ik heb het thema van te voren uitgedacht, en aantekeningen gemaakt om bij het schrijven te gebruiken.

Die aantekeningen zijn divers, het kunnen stukjes dialoog zijn, meer abstracte gedachten, grappige situaties. Dat zijn de stukjes van de puzzel die ik gebruik om het verhaal te schrijven.


Wat is anders aan het schrijven van je bundel De krekel, het bos en de wereld, vergeleken met De brilslang, de boktor en de andere dieren?

Er zijn geen grote verschillen. Ik ben dezelfde schrijver gebleven, maar ik neig in mijn tweede boek, De krekel, het bos en de wereld iets minder naar alleen maar grappige teksten.

Overigens, in mijn derde boek, De dans van de duizendpoot, dat in september 2026 verschijnt, zet die tendens door: de thema’s worden belangrijker, zonder dat de lichtheid en leesbaarheid hierdoor worden aangetast.

Overigens, in mijn derde bundel zijn de illustraties gemaakt door Thé Tjong-Khing, dat maakt dit derde boek erg speciaal. Het zijn prachtige paginagrote tekeningen met een grote zeggingskracht.


Wat hoop je dat een lezer meeneemt uit een fabel en waarom?

Elke fabel is mij dierbaar en ik hoop dat de lezer ervan geniet. Ik hoop dat mijn werk grappig, spitsvondig en poëtisch wordt gevonden, en niet te moeilijk. Net zoals bij cabaret.

De lezers hoeven er niets uit mee te nemen. Al die thema’s die ik erin verstop ga niet uitleggen, het uitleggen is iets dat ik aan lezers overlaat, de een zal er meer in vinden dan de ander, en ook weer andere dingen.

Maar, daar ga ik niet over.

Ook passie voor schrijven?
Jij schrijft elk woord, ViaScripta coacht je naar betere teksten.

Dag en nacht.

Zeven dagen gratis, geen credit card nodig.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *