·

Telle van Beek: “Soms is de beste feedback: verander niets meer”

Portret van Telle van Beek
Portret van Telle van Beek

Schrijfcoach en schrijfster Telle van Beek merkt dat een compliment op een verhaal soms meer schade aanricht dan kritiek. In dit interview vertelt de winnares van de Boekenweekschrijfwedstrijd 2023 wat feedback wel en niet oplevert.

Waar lopen schrijvers die bij jou aankloppen meestal op vast?

Ik coach voornamelijk beginnende schrijvers of enigszins gevorderden. De fout die deze schrijvers vaak maken is op het gebied van het perspectief.

Ze beschrijven de hoofdpersoon bijvoorbeeld vanuit de ik-persoon en halverwege het verhaal beschrijven ze de hoofdpersoon in het personale perspectief, de hij/zij-vorm. Dat wordt als vrij lastig ervaren. Verder gebruiken ze tijden door elkaar zonder dit met opzet te doen. De eerste alinea is dan in de tegenwoordige tijd en een paar alinea’s verder gaan ze door in de verleden tijd, zonder dat er sprake is van een flashback.


De iets meer gevorderde schrijver struikelt nogal eens over schrijftechnieken. Hoe je een flashback neerzet, wat een meervoudige verteller is of hoe je het beste een originele metafoor kunt neerzetten.

Op welk moment beseft een schrijver dat hij een blik van buiten nodig heeft, en is dat meestal op tijd?

Wanneer je thuis lang naar een leeg stuk papier zit te staren en je maar niets geschreven krijgt, beginnend of gevorderd. Dan kan het helpen om in een schrijfgroep inspiratie op te doen.

Ik geef cursussen creatief schrijven en breng hier altijd verschillende ideeën naar voren die de deelnemers kunnen toepassen, zoals bij het schrijven van een kort verhaal. Meestal is er een thema waarop we dan voortborduren.


Freewriting helpt vaak om een bron aan ideeën op te doen. Je schrijft dan ongeveer tien minuten non-stop, zonder te krassen of iets te veranderen en zonder je pen van het papier te halen. Iedere schrijver kent dit gereedschap wel.


Maar ook als je een verhaal afgerond hebt voor jouw idee, kun je vaak wel iemand van buitenaf gebruiken. Als je bijvoorbeeld twijfelt of je duidelijk bent bij wat je hebt geschreven, of het genoeg boeit en pakkend is.


Je kunt jouw tekst nog zo vaak lezen, sommige dingen zie je gewoon zelf niet meer. Je leest eroverheen. Ogen van buitenaf, uit een schrijfclub of van een schrijfcoach, kunnen je helpen om hierbij een objectief beeld te schetsen.

Je hebt zelf een manuscriptbegeleider. Wat doet die voor jou wat je voor jezelf niet kunt doen?

Mijn schrijfcoach, Jelte Nieuwenhuis, weet de weg in de literaire wereld. Hij kan aangeven wat er van een verhaal gevraagd wordt, waar de interesse van een uitgever ligt. Ik kan soms nogal veel schrijven, zonder een duidelijk thema.

Hij attendeert me hierop, dat ik een thema moet pakken, of dat ik goed moet bedenken wat ik wil zeggen. Ik ben ook nu weer bezig met het herschrijven van mijn boek. Sommige van mijn metaforen kunnen beter. Ook ik kan dan iemand van buitenaf gebruiken die dat aangeeft. Dat iets niet goed werkt in een verhaal heb ik niet altijd meteen in de gaten.

Verder weet Jelte te inspireren. Al pratende kom ik dan verder. Het komt ook wel voor dat ik denk dat iets minder geslaagd is, waarbij hij dan opmerkt dat het een goed gelukte tekst is. Ik vind het fijn om het er met iemand over te kunnen hebben, over de verhalen die ik schrijf.

Mijn volgende roman gaat over een stuk geschiedenis en het leven van een soldaat uit de Tweede Wereldoorlog. Hier is veel research voor nodig. Dat is iets wat ik zelf moet doen.

Je zit in een schrijfclub waar jullie elkaars werk bespreken. Wat is het verschil tussen commentaar van een medeschrijver en van een coach?

Mijn ervaring is dat een medeschrijver niet altijd durft te zeggen dat mijn tekst niet goed werkt, niet goed genoeg is om te kunnen publiceren. Hoe fijn ik het ook vind dat er medeschrijvers zijn en hoe nuttig en inspirerend het ook is om met ze te sparren.

Ik denk dat ze beseffen dat het erg deprimerend kan zijn om stevige kritiek te moeten ontvangen, dat je voor niets ellenlange teksten geschreven hebt, dat je die in de prullenbak moet deponeren.

Mijn eerste boek was een thriller, die wisselend is ontvangen. Ik heb hem nog steeds niet opgestuurd naar een uitgever, maar ga dit misschien nog doen. Niet iedereen houdt van thrillers, en zo’n oordeel zegt niet altijd iets over de kwaliteit van een boek.


Smaken verschillen nu eenmaal. Dit laatste heb ik als tip meegekregen van een medeschrijver. We geven elkaar tips over schrijven en over interessante boeken. Maar ik kan het wel waarderen als iemand eerlijk zegt wat hij of zij ervan vindt.


Ik maak deel uit van de schrijfclub de ‘Living Writers’ Society’, samen met vier andere schrijvers. We schrijven vaak samen en gaan met elkaar uit eten. Het is meestal erg gezellig.

Wanneer heeft iemand nog echt iets aan feedback, en vanaf welk punt verandert er niets meer, en waarom?

Wanneer en hoeveel je feedback geeft, hangt af van de schrijver en het geschrevene. Soms is een eerste opzet van een verhaal zo sterk dat er vrijwel niets meer aan veranderd hoeft te worden.

Ik kan dan nog opmerkingen maken over details, over komma’s bijvoorbeeld of het veranderen van één of twee zinnen. Ik merk dat bij sommige schrijvers, wanneer ik enthousiast ben over zijn of haar verhaal, dit niet altijd helemaal goed begrepen wordt.

Als ik dan bepaalde passages aanprijs, willen ze deze stukken tekst nog eens extra goed gaan beschrijven. Maar wanneer je dit overdrijft, kan dit afbreuk doen aan het verhaal.

Zo gaf ik een keer iemand de opdracht om een scène of kort verhaal te schrijven over een ontmoeting in de trein. Eén van de cursisten kwam met een ontmoeting waarbij één van de personen in de trein een sensuele massage beschreef die ze met verschillende mannen had.

Ze beschreef het op een manier dat de hele groep van mijn workshop dubbel lag. Er hing een mysterieuze intieme sfeer rondom het verhaal. De volgende les deed ze er een schepje bovenop, terwijl ik als feedback alleen maar een paar kleine opmerkingen had gemaakt. De betovering in het verhaal was enigszins verbroken.

Het beste is dan als feedback te geven dat er niets meer aan het eerste verhaal veranderd hoeft te worden. Soms moet je als schrijver ook durven te stoppen met schrappen en schaven en alles laten zoals het is.

Wanneer het verhaal of de roman naar een uitgever gaat, heeft de redacteur sowieso nog veel op- en aanmerkingen voordat het gepubliceerd wordt.

Welke fout kom je keer op keer tegen, ook bij mensen die al goed schrijven?

Het zijn vaak fouten waarbij niet meer duidelijk is wie bijvoorbeeld aan het woord is. Of dat je niet meer weet over welke persoon geschreven wordt.

Als schrijver ga je er te snel vanuit dat alles wel duidelijk is. Iemand met een frisse blik weet in eerste instantie niets van de verhaallijn, de plot, het verhaal.

De fout die veel gemaakt wordt, is dat iets wat de schrijver als logisch ervaart, niet altijd logisch of duidelijk is voor de lezer. Dit kunnen ook technische zaken zijn over een specialistisch onderwerp waar de schrijver zelf veel vanaf weet.

Zo heb ik viool gespeeld op het voorbereidend jaar op het conservatorium. Laatst beschreef iemand een contrabas als een grote viool. Ik vond het een leuke omschrijving en begreep dat veel muziektermen niet voor iedereen toegankelijk zijn.

En vorig weekend zeilde ik op het Sneekermeer. Ik kwam erachter dat het niet voor iedereen duidelijk was dat je bij het zeilen geen motor gebruikt en dat je ook niet zomaar op zee gaat zeilen. Tenminste niet hier op de Noordzee.

Dit vereist veel ervaring en een zeewaardig schip. Deze informatie kun je in je tekst meenemen. Tegelijkertijd wil je ook niet te uitleggerig zijn in de omschrijving van bepaalde activiteiten of dingen. De lezer begrijpt veel wel en wil ook zo benaderd worden.

Je merkte ooit op dat je fictie schrijft en dan toch te horen krijgt dat het niet kan. Wat zit er volgens jou achter zulke kritiek?

Ook bij fictie moet je goed weten waarover je het hebt. Je kunt het beste schrijven over onderwerpen waarover je veel weet doordat je ze bijvoorbeeld zelf hebt meegemaakt.

Gelukkig lezen er altijd schrijvers of proeflezers mee met mijn boek of verhaal in wording. Er sluipt ongemerkt weleens een fout in. Dit komt dan omdat je bijvoorbeeld per vergissing de verkeerde term gebruikt bij een omschrijving.

In mijn eerste boek, een thriller, fietst iemand van Budel naar Geldrop en terug. De vraag is of hij in die tijd iemand vermoord zou kunnen hebben. Ik kijk dan hoever deze afstand is en hoelang je hierover fietst. Je moet dan goed weten waarover je het hebt.

Ervaren fietsers zouden me op de vingers kunnen tikken als ik hierin een fout zou maken.

Lezers gaan vaak ergens diep op in, beluisteren muziek die genoemd wordt in een boek, ontleden elk woord. Een fout is snel gemaakt, ook bij fictie. Ik merk dat ik precies moet zijn in wat ik schrijf, dat ik elk woord moet wikken en wegen.

In je schrijfcursussen in je woonplaats geef je niet alleen zelf feedback, de deelnemers doen dat ook onderling. Wat maakt het verschil tussen nuttige en nutteloze feedback van een medecursist?

Het wordt over het algemeen als erg plezierig ervaren dat de medecursisten elkaar onderling feedback geven in een workshop creatief schrijven.

Wel spreken we van tevoren af dat kritiek geven prima is, maar dan wel opbouwende kritiek. Om iemand zomaar de grond in te boren is not done bij ons.

Dus niemand zegt over iemands werk: ‘Het is waardeloos wat je geschreven hebt’. Nuanceer, is dan mijn advies en geef een reden erbij waarom je een stuk tekst minder geslaagd vindt.

Een reden waaraan iemand iets heeft. Bijvoorbeeld: ik vind het begin van jouw verhaal geweldig, ik heb het gevoel dat ik er zelf bij ben, maar het middenstuk wordt volgens mij beter als je niet meteen vertelt wat de hoofdpersoon op zijn kerfstok heeft.

Nutteloze feedback vind ik dus vaak, feedback zonder enige uitleg. Vooral wanneer je iets afkraakt.

Je won in 2023 de Boekenweek-schrijfwedstrijd van CPNB en Hebban met het korte verhaal ‘Schuld’. Wat had dat verhaal wat je eerdere verhalen niet hadden?

Het thema van de Boekenweek 2023 was: ‘Ik ben alles’. Een paar dagen van tevoren gebeurde er iets dat precies aansloot bij dit thema. Het verhaal is te lezen op mijn site.

Ik dacht: hier moet ik over schrijven, dit is zo toevallig. Het verhaal gaat over mijn moeder en de zorgverlener die haar hielp bij dingen zoals steunkousen aandoen, een spuit geven voor haar diabetes of het verband om haar benen verwisselen.

De zorg belde mijn moeder een keer op en zei letterlijk: ‘Jouw dochter weet alles.’ Een deel van het verhaal is op waarheid gebaseerd. Ik had het verhaal precies in mijn hoofd voordat ik het opschreef. Het moest eruit.

Dat had ik minder met andere verhalen. Met mijn roman die ik nu aan het herschrijven heb, heb ik dat wel. Het idee dat je erover móet schrijven, dat je iets te vertellen hebt.

Niemand, behalve één persoon binnen onze familie en mijn moeder, wist af van het korte verhaal voor de Boekenweek toen ik het opstuurde.

Wat ik erg grappig vond: ik kreeg een e-mail van het CPNB die begon met de aanhef: Jammer maar… Ik dacht meteen: jammer maar je behoort niet tot de gelukkigen die de wedstrijd gewonnen hebben.

In plaats daarvan schreven ze: ‘Jammer, maar we hebben jouw telefoonnummer niet, anders hadden we je telefonisch kunnen feliciteren.’ Daarna mocht ik naar het boekenbal gaan. Dat was een verrassing, erg leuk.

Je schrijft aan je tweede roman en je derde boek wordt non-fictie. Wat weet je nu over het schrijven van een roman wat je aan het begin niet wist?

Mijn eerste boek is een thriller, ik heb dit boek (nog) niet opgestuurd naar een uitgever. Mijn tweede boek is een roman die ik aan het herschrijven ben en mijn derde wordt narratieve non-fictie.

Ik merkte door de tijd heen dat ik bij mezelf moest blijven, mijn eigen mening moest vasthouden. Meningen zijn er zo veel, maar uiteindelijk is het mijn roman en moet ik er zelf achter staan. In mijn vorige verhalen liet ik me meer beïnvloeden door suggesties en goedbedoelde opmerkingen.

Nu is dat minder, ben ik minder beïnvloedbaar. Ik zou mijn werk ook niet meer door zoveel mensen laten lezen voordat ik het opstuur naar een uitgever bijvoorbeeld. Ik vertrouw meer op mezelf.

Bij mijn eerste boek, de thriller, had ik nogal eens moeite om een bepaalde hoeveelheid aan pagina’s vol te schrijven. Ik merkte gaandeweg dat het schrijven van veel tekst vanzelf ging.

Op een gegeven moment schreef ik vrij gemakkelijk duizend woorden per dag en merkte ik het verschil met een paar jaar ervoor.

Verder weet ik inmiddels hoe belangrijk goede research is. Vooral voor mijn volgende non-fictie boek over een Poolse soldaat zal ik veel onderzoek moeten doen.

Je hebt je vak geleerd via opleidingen en cursussen. Wat heb je daar niet geleerd, maar wel door zelf te schrijven?

Ik heb in vijf verhalenbundels een paar korte verhalen geschreven. In sommige verhalen gebruikte ik mijn pseudoniem Tel Liane. Hierin heb ik geëxperimenteerd met het schrijven van het korte verhaal. Op een gegeven moment wilde ik aan een groter verhaal beginnen, in boekvorm.

Bij de opleidingen en cursussen krijg je het gereedschap aangereikt, de techniek van het schrijven. Wanneer je zelf aan de slag gaat, leer je alles toepassen.

Een wereld van verhalen ligt aan je voeten. Je kunt zelf een onderwerp uitzoeken waarover je wilt schrijven. Vergelijk het met een orkest dat een muziekstuk vertolkt.

Waar je bij de lessen die je volgde in de orkestbak zat en een instrument bespeelde, ben je nu de dirigent die het orkest dirigeert. Je hebt zelf de leiding over alles, overziet het wanneer je aan een nieuw hoofdstuk begint, er een nieuwe wending in het verhaal komt. Je componeert als het ware zelf de muziek, het verhaal giet je zelf in een bepaalde vorm.

Ik vind het leuk en inspirerend om een eigen stem te hebben in mijn schrijven, een eigen stijl te creëren, zonder dat iemand tegen me zegt hoe het moet.

Kom je weleens manuscripten tegen waarin het sterkste stuk niet het verhaal is dat de schrijver wilde vertellen? En zo ja, wat doe je daarmee?

Het is mezelf ook overkomen in mijn tweede boek, een roman. Ik heb toen het thema aangepast. Ik zou tegen de schrijver zeggen: het staat je vrij om zo veel en zo vaak je wil te veranderen.

Niemand die jou beveelt hoe het moet. Het is jouw verhaal en jij beslist wat daarmee gaat gebeuren.

Wat ziet een AI-coach in jouw tekst?

Plak een passage van 300 tot 900 woorden en lees wat werkt, wat scherper kan en wat je als eerste aanpakt. De coach citeert je eigen zinnen en onderbouwt elke opmerking. Hij herschrijft niets.

ViaScripta – AI-schrijfcoach
Tip: kies een passage die op zichzelf leesbaar is. 0 woorden
Gratis en zonder account. Eén proef, dus kies je passage met zorg.

Je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen. Privacyverklaring

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *