Jelte Nieuwenhuis: “In het ritme schuilt de ziel van een tekst”

Wie zijn roman te strak plant, schrijft volgens schrijfcoach en literair agent Jelte Nieuwenhuis vaak een boek waarvan de lezer geen woord gelooft. Hij was eerder redacteur bij uitgeverij Atlas Contact. In dit interview vertelt hij onder andere over wat ritme met een tekst doet en wanneer je je manuscript beter radicaal herschrijft.
Je noemde jezelf eens een boekendokter: mensen komen bij je met een manuscript waarvan ze dachten dat het af was. Wat brengt ze op het idee dat er toch iets niet klopt?
Dat vertellen ze me niet altijd, maar uit wat ze me wel vertellen maak ik op dat ze soms zelf na herlezing voelen dat er toch nog iets mist, maar veel vaker dat uitgevers hun tekst niet willen uitgeven.
Dan zal er toch wel iets mis mee zijn, denken de meeste schrijvers dan. Vaak is dat inderdaad het geval. En ik mag dan bedenken wat.
Wat is het verschil tussen een redacteur en een schrijfcoach?
Er zijn maar weinig wezenlijke verschillen. Het belangrijkste verschil is denk ik conventioneel van aard: schrijfcoaches die voor uitgevers werken worden redacteuren genoemd.
En nou ja, als iemand een redacteur wordt genoemd, weet je vrijwel zeker dat zij/hij/hen ook aan tekstredactie doet, dus daadwerkelijk ingrijpt in teksten door met de spreekwoordelijke rode pen suggesties voor verbetering aan te geven en vragen te stellen.
Veel schrijfcoaches kunnen en doen dat ook — ik ben een van hen, al besteed ik tekstredactie in de praktijk meestal uit aan mensen met een legere agenda en een lager uurtarief –, maar lang niet allemaal.
Je werkte jaren als acquirerend redacteur fictie bij Atlas Contact en begon in 2018 voor jezelf. Wat kun je nu wat je daar niet kon?
Ik besteed nu minimaal negentig procent van mijn tijd aan puur inhoudelijk werk: lezen, nadenken, praten met schrijvers, soms wat redactie. Als acquirerend redacteur van een uitgeverij word je geacht je ook veel bezig te houden met marketing en sales, met het schrijven van catalogusteksten, met vergaderen met collega’s, maar ook met scouting en acquisitie — met netwerken dus, in de praktijk.
Een ander groot verschil is dat het instapniveau van auteurs gemiddeld lager is, waardoor er meer wordt gevraagd van mijn vaardigheden als ontwikkelaar.
Anders gezegd: schrijvers die een contract krijgen bij een uitgeverij zijn vaak al zo goed dat ze niet altijd hele intensieve begeleiding nodig hebben en dat je als redacteur vaak niet heel diep hoeft na te denken over oplossingen.
Op je site staat dat schrijven pas begint als iemand je leest. Wat bedoel je daarmee?
Ik heb die slogan gekozen omdat het mijn activiteiten als redacteur/schrijfcoach en die van literair agent met elkaar verenigt. Die laatste rol heeft als doel om een schrijver een uitgever en daarmee een lezerspubliek te bezorgen, maar uiteindelijk is natuurlijk ook de schrijfcoaching erop gericht dat ten minste één iemand je leest: de schrijfcoach.
En liever ook niet méér dan één iemand: als het schrijfproces zich nog in een pril stadium bevindt, is het vaak heel heilzaam om de kring heel klein te houden, om in de luwte te blijven, je schrijven niet al aan al te veel mensen bloot te stellen.
Maar helemaal alleen schrijven is vaak moeilijk, omdat een boek uiteindelijk pas echt tot leven komt in het hoofd van een lezer. Verder hoopte ik de dubbele lading van het begrip ‘iemand lezen’ tot uitdrukking te brengen.
Het is in mijn ogen essentieel dat een redacteur de schrijvers met wie zij/hij/hen werkt zo goed mogelijk leert te begrijpen, te zien… te lezen.
Welke fout kom je keer op keer tegen, en waarom gaat dat zo vaak mis?
Belangrijkste ‘fout’ is denk ik dat schrijvers in mijn ogen te vaak te doelmatig en te planmatig met hun roman bezig zijn, waardoor hun structuur weliswaar vaak adequaat is te noemen, maar hun verteltoon bloedeloos en onvoldoende ‘eigen’ en geloofwaardig, waardoor je uiteindelijk niets meer hebt aan die fijne structuur omdat je geen woord gelooft van wat de schrijver tegen je zegt.
Veel schrijfcursussen en how-to-boeken concentreren zich op structuur, omdat dat minder ongrijpbaar is dan zaken als ‘vertelstem’ of ‘verteltoon’.
Ook voor mij is het moeilijk om schrijvers te stimuleren een betere, ‘eigener’, geloofwaardiger verteltoon te vinden, maar ik zie het wel als mijn plicht om het te proberen. En vaak boeken schrijvers ook echt progressie op dat terrein, soms ronduit spectaculair.
Hoe vertel je iemand dat de opbouw van zijn boek niet werkt, zonder dat hij afhaakt?
Vaak werkt een opbouw niet omdat mensen te moeilijk doen, voor gekunstelde oplossingen kiezen. Ik probeer mensen te laten inzien dat de makkelijkste, meest natuurlijke weg vaak ook de beste is — en dat het radicaal herschrijven van hun nog niet goed opgebouwde boek dus niet alleen de beste oplossing is, maar vaak veel minder tijd kost en veel leuker is dan het cosmetisch repareren van de zwakke constructie die er al is.
Wat kan een schrijver zelf doen voordat hij een schrijfcoach inschakelt?
Veel lezen en veel schrijven. Iedere meter die je maakt als schrijver levert je wat op, elke dwaalweg die je inslaat, elke ‘fout’ die je maakt. Plezier, verlangen en fascinatie zijn daarbij je belangrijkste leidraden: lees niet de boeken waarvan andere mensen zeggen dat ze ‘goed’ of ‘belangrijk’ zijn, lees waar je zin in hebt, ongeacht de status die aan een boek wordt toegekend.
En voor schrijven geldt dat nog meer: natuurlijk is schrijven zonder worstelen bijna onmogelijk, maar goed schrijven ontstaat ondanks die worsteling, niet dankzij. Als de schrijver het naar haar/zijn/diens zin heeft, heeft de lezer dat meestal ook. De literatuur is een spel! Een serieus spel, maar: een spel.
Hoeveel van wat een tekst goed maakt, is in regels te vangen?
Dat kan de maker van ViaScripta beter beoordelen dan ik. Ik weet vooral dat het allerbelangrijkste van een tekst, de ziel, if you will, volstrekt niet in regels is te vangen — en dus ook niet in algoritmen. En dat iedere regel uitnodigt tot het breken van die regel.
Wat doet ritme met een tekst?
In het ritme schuilt de ziel van een tekst. De eigenheid, de authenticiteit. Geschreven taal is een verlengstuk van gedachte taal, en gedachten hebben een bepaald ritme, een cadans.
Probeer je eigen gedachten maar eens te volgen, daar zit een ritme in, een flow, een cadans die verandert al naar gelang je staat van zijn, maar waar ook een duidelijke consistentie in zit — een consistentie die, als het goed is, wordt weerspiegeld in een verteltoon.
Sommige teksten zitten technisch goed in elkaar en kunnen toch levenloos voelen. Waar zit hem dat in?
Dat zit hem precies in het ontbreken van een natuurlijk ritme. Als lezer wil je het gevoel hebben dat een tekst als het ware is ontstaan, alsof de verteller min of meer spontaan en intuïtief haar/zijn/diens gedachten met de lezer deelt.
Als het ritme van de zinnen stroef en onnatuurlijk aanvoelt, dan wordt die illusie doorbroken, dan zie je dat de schrijver heel bedachtzaam en doelgericht woorden achter elkaar heeft gezet — en dan is het vaak moeilijk om te worden meegenomen in de verhaalwereld van de schrijver.
Kun je dat leren, of moet je het in je hebben?
Ik ben ervan overtuigd dat iedereen over een unieke vertelstem beschikt, simpelweg omdat ieder brein net even anders is dan dat van een ander. De kunst is om de uniciteit van je gedachtewereld naar buiten te laten komen in je schrijven.
Sommige schrijvers laten hun tekst tegenwoordig door AI lezen. Waar helpt dat bij, en waar niet?
Dat vind ik lastig om te zeggen, omdat ik zelf geen AI gebruik en ik ook niet uitgebreid in gesprek ga met schrijvers die het wel gebruiken. Ik geloof dat AI heel goed is in het aanbrengen en verbeteren van structuur en dat het ook een stroef ritme kan herkennen en verbeteren.
Maar de uniciteit van je eigen stem, daar waar ik het hierboven al tot vervelens toe over had, datgene wat voor mij de ziel van een tekst is, die kun je met AI natuurlijk niet creëren of simuleren.
En waarom zou je dat ook willen? Want de lol van het schrijven zit hem toch juist in het proces van het tot uitdrukking brengen van het unieke dat in je binnenste zit?
Je geeft een paar keer per jaar een masterclass. Wat leren mensen daar wat ze niet uit een schrijfboek halen?
Die masterclass heb ik al een tijdje niet meer gegeven. Als ik eerlijk ben, ben ik geen fan van het doceren van groepen. Ik vind het ingewikkeld om meerdere mensen tegelijk te bedienen.
Hoe dan ook heeft een schrijfboek natuurlijk als grootste beperking dat het niet individueel is afgesteld op jouw unieke behoeften, én dat het jouw tekst niet leest.
Je bent ook literair agent. Wat doe je dan precies voor een schrijver, en hoe weet je dat een manuscript klaar is om op te sturen naar een uitgever?
Als literair agent doe ik in eerste instantie eigenlijk hetzelfde als binnen mijn rol als schrijfcoach: ik lees het werk van een schrijver, ik praat er met haar/hem/hen over, en samen zoeken we naar manieren om tot het best mogelijke boek te komen.
Om te bepalen of een tekst goed genoeg is om naar een uitgever te sturen, vaar ik eigenlijk uitsluitend op wat je mijn onderbuikgevoel kunt noemen. Dat is een van de eerste en belangrijkste lessen die ik leerde toen ik voor een uitgeverij ging werken.
Als je in je buik voelt dat iets goed is, als je daar een soort vlinders voelt, dan is het goed genoeg. Daar kunnen anderen natuurlijk anders over denken, maar pak hem beet driekwart van de auteurs die ik onder de aandacht breng bij uitgevers, leiden tot een uitgeefovereenkomst, dus ergens zal mijn buikgevoel corresponderen met dat van de uitgevers die ik benader.
Dat is dus het uiteindelijke doel, dat ik voor die schrijvers een uitgever vind, en daarmee een potentieel lezerspubliek.
Dat is ongelofelijk lastig, want het is de taak van uitgevers om heel vaak nee te zeggen, en maar heel af en toe ja, en omdat het zo moeilijk is, kan ik dat ook alleen doen voor literaire romans waar ik himmelhoch jauchzend verliefd op ben geworden, anders kan ik de afwijzingen die je altijd krijgt (meestal zeggen minimaal 90 procent van de uitgevers nee) niet verdragen.
Ik moet bij iedere afwijzing weer kunnen voelen, prima dat die uitgever het niet ziet zitten, maar ik vind het geweldig, dus ik blijf er gewoon voor gaan.
En zoals gezegd: ik kom er vaker wel dan niet doorheen, en als het lukt, is dat een van de fijnste dingen van mijn werk… de droom van een schrijver waar kunnen maken: haar/zijn/diens boek in de boekhandel!
Wat ziet een AI-coach in jouw tekst?
Plak een passage van 300 tot 900 woorden en lees wat werkt, wat scherper kan en wat je als eerste aanpakt. De coach citeert je eigen zinnen en onderbouwt elke opmerking. Hij herschrijft niets.
Je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen. Privacyverklaring
Behoefte aan meer coaching?
Met een gratis account springt je limiet naar 20.000 karakters per analyse, en krijg je bij elke analyse drie verdiepingsknoppen, toegespitst op jouw tekst.
Andere tekstsoort proberen?
Geen creditcard nodig.