·

Ad van den Dool: “Researchen vind ik nog leuker dan het schrijven zelf”

Portret van Ad van den Dool
Portret van Ad van den Dool

Ad van den Dool reconstrueerde het leven van een vrouw die hij nooit heeft ontmoet. Voor Sporen van Uschi K. werkte de journalist met haar dagboeken, agenda’s en foto’s. In dit interview vertelt hij hoe hij het overzicht hield, wat zijn redacteur ervan vond en waarom hij zijn tweede boek zelf uitgaf.

Je begon in 1978 als journalist, onder meer bij het Rotterdams Nieuwsblad. Wat zie je na al die jaren nog steeds niet in je eigen tekst, hoe vaak je hem ook naleest?

Het is een beetje vervelend om een interview op deze manier te beginnen, maar ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik ben een obsessieve feitenchecker en gebruik altijd de spellingcontrole.

Natuurlijk glipt er weleens wat doorheen, maar dat zien eindredacteuren of (professionele) proeflezers in de meeste gevallen.

Hoe merkte je tijdens het schrijven van je debuut dat er iets niet klopte aan het manuscript, en hoe kwam je erachter wát?

Na lezing van de eerste versie van mijn manuscript van Sporen van Uschi K. zei Ambo|Anthos-redacteur Liesbeth Vries dat het meer leek op een verzameling reportages uit Panorama dan op een boek.

Dat was even slikken. Uiteraard deed ze veel suggesties om het verhaal te verbeteren. Na flink sleutelen zei ze bij de tweede versie gelukkig: “We hebben een boek”.

Boekcover van Sporen van Uschi K. van Ad van den Dool
Sporen van Uschi K..

In *Sporen van Uschi K.* reconstrueerde je het leven van een vrouw die je nooit hebt ontmoet, uit haar dagboeken, agenda’s en foto’s. Hoe houd je daarin het overzicht?

Bij het schrijven van non-fictie komt veel research kijken en dat vind ik nog leuker dan het schrijven zelf. Je legt een puzzel, in het geval van ‘Uschi’ een nogal ingewikkelde.

Als journalist, en ook als copywriter, ben je gewend je informatie te ordenen en te structureren. Ik had dus al de nodige ervaring.

Veel materiaal dat ik over Uschi had, was voorzien van een datering. Of het gaf een sterk vermoeden van de periode waarin de gebeurtenissen zich afspeelden. Zo kon ik de chronologie van het verhaal goed vasthouden.

Bij het uitwerken van mijn aantekeningen kreeg alles op die manier direct de goede plek. Veel details kon ik ook checken door de gesprekken die ik had met mensen die haar in verschillende periodes van haar leven hebben gekend.

De gekozen vorm – een journalistieke reconstructie – heeft me enorm geholpen. Je schrijft in de tegenwoordige tijd en houdt loop van de gebeurtenissen grotendeels aan.

Bij je debuut had je een uitgever, bij *Papa Blanca* deed je het zelf. Hoe kwam dat, en wat merkte je ervan aan de tekst?

Het uitgeven in eigen beheer kwam doordat de hoofdpersoon wilde meedelen in de eventuele opbrengsten van het boek. Dat vond ik wel logisch. Via een uitgever blijft er dan weinig over, dus heb ik het zelf gedaan.

Door het leerproces dat ik met Sporen van Uschi K. had doorgemaakt, was het manuscript van ‘Papa Blanca’ voor mijn gevoel meteen goed. Mijn drie proeflezers vonden dat ook.

De valkuil waar ik in ben gevallen, is dat ik geen professional heb laten proeflezen. Zo is een aantal foutjes in het boek terecht gekomen.

Een kritische lezer (die ik niet kende) was zo vriendelijk me een lijstje met fouten te sturen. Die correcties heb ik in de tweede druk van Papa Blanca kunnen meenemen.

Het ging om een enkele spel- of grammaticale fout en om wat feiten. Soms denk je iets zeker te weten, maar had je beter moeten checken.

Zo weet ik nu dat er tussen Rolls en Royce een streepje moet en dat het Zwitserse stadje Crans Montana heet en niet Cranz Montana.

Wanneer heb je nog echt iets aan feedback, en vanaf welk punt verandert er niets meer?

Bij een professionele uitgever als Ambo|Anthos begeleidt een redacteur je in het schrijftraject. Het eindresultaat wordt daar ook door anderen op kwaliteit beoordeeld, op fouten gecheckt en uiteindelijk geschikt bevonden.

Maar daarna wordt het verhaal toch nog aan een externe professionele redacteur voorgelegd. Met zijn of haar opmerkingen mag je dan als auteur doen wat je wilt: negeren, deels overnemen of alles overnemen. Bij Sporen van Uschi K. heb ik enkele zeer nuttige suggesties nog in het verhaal verwerkt.

Je hebt veel in opdracht geschreven. Welke opmerking kreeg je op je werk het vaakst terug?

In alle bescheidenheid: “Je teksten zijn helder en lezen heel gemakkelijk.”

Een reconstructie kan tot op de komma kloppen en een lezer alsnog koud laten. Herken je dat, en waar zit het hem dan in?

Heel simpel: dan interesseert het onderwerp je niet of nauwelijks. Ook als de stijl je niet bevalt kun je afhaken natuurlijk.

Je hebt veel geschreven voor anderen, die het onder hun eigen naam gebruikten. Hoe krijg je iemands toon te pakken, en wat is daarbij het lastigst?

Als copywriter en bedrijfsjournalist heb ik veel geschreven voor klanten in het bedrijfsleven, bij de overheid en in de zorgsector. Je teksten moeten dan voorlichtend, helder en wervend zijn.

Wat de toon betreft: het bedrijf of de organisatie moet zichzelf er echt in herkennen. En de doelgroep moet zich aangesproken voelen.

Als ghostwriter heb ik vooral toespraken, inleidingen en brieven voor anderen geschreven. Ik ging iemand dan eerst uitgebreid spreken om zijn manier van praten, woordkeuze en jargon te pakken te krijgen.

Ik bereidde me goed voor op die gesprekken, keek wat er extern te vinden was over mijn ‘onderwerp’ en ging, als er ruimte voor was, met anderen over hem of haar praten.

*Papa Blanca* gaat over een Rotterdamse crimineel die zijn straf heeft uitgezeten. Je zei dat je niet de behoefte had om over hem te oordelen. Wat levert dat een tekst op, en wat gaat er verloren?

Het levert de tekst objectiviteit op en ik val de lezer niet lastig met mijn morele opvattingen of gepsychologiseer van de koude grond. De lezer kan zelf oordelen.

Stel je begint nu aan een boek waar je weer jaren aan kwijt bent. Wat pak je dan anders aan dan bij je debuut, en waarom?

Ik zou veel meer AI gebruiken om het onderzoekstraject te versnellen. Inmiddels ben ik overigens met een derde boek bezig dat veel minder research nodig heeft, dat is ook weleens lekker.

Boekcover van Papa Blanca van Ad van den Dool
Papa Blanca.

Schrijvers krijgen steeds meer gereedschap om het zichzelf makkelijker te maken, en AI is het nieuwste. Wat zeg je tegen iemand die daar niets van moet hebben?

AI kan voor een tempoversnelling in je research zorgen, maar ga niet achteloos knippen en plakken. Check bronnen van de info zoveel mogelijk en behoud je eigen stijl bij het redigeren ervan.

Wat ziet een AI-coach in jouw tekst?

Plak een passage van 300 tot 900 woorden en lees wat werkt, wat scherper kan en wat je als eerste aanpakt. De coach citeert je eigen zinnen en onderbouwt elke opmerking. Hij herschrijft niets.

ViaScripta – AI-schrijfcoach
Tip: kies een passage die op zichzelf leesbaar is. 0 woorden
Gratis en zonder account. Eén proef, dus kies je passage met zorg.

Je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen. Privacyverklaring

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *