Begin hetzelfde verhaal twee keer en ontdek wat een opening doet
Een eerste zin hoeft heus niet briljant te zijn, maar hij moet wel iets in werking zetten. Veel verhalen beginnen met informatie die de schrijver nodig denkt te hebben: hoe oud de hoofdpersoon is, waar hij woont en waarom vandaag anders wordt dan gisteren. Tegen de tijd dat er iets gebeurt, is de lezer al lang aan het wachten.
Het advies is dan meestal: begin midden in de actie (in media res). Maar dat kan een nieuw probleem opleveren. Als je lezer geen idee heeft wie wat wil, blijven rennende mensen en dichtslaande deuren vooral lawaai. Nieuwsgierigheid ontstaat niet doordat je alles verbergt; ze ontstaat als de lezer genoeg begrijpt om te willen weten hoe het verhaal verdergaat.
Voorbeeld: een vrouw staat met een natte envelop voor een gesloten deur. Dat beeld kan de opening van een verhaal zijn. Maar als de tekst niet laat voelen waarom die deur ertoe doet, heeft de lezer geen reden om verder te lezen. Een bijzonder beeld en een werkende opening zijn niet hetzelfde.
In de schrijfoefening hieronder schrijf je twee openingen bij hetzelfde verhaalidee. Je houdt de hoofdpersoon en de centrale gebeurtenis gelijk, maar kiest een ander moment om het verhaal te beginnen. Zo onderzoek je hoe dat beginpunt bepaalt welke informatie de lezer krijgt en hoe snel het verhaal op gang komt.
Bekijk eerst de opdracht. Plak daarna jouw twee versies samen in de widget onderaan deze pagina. ViaScripta kijkt naar de vier criteria, zonder dat je een account nodig hebt.
Gevorderde oefening: Twee ingangen naar hetzelfde verhaal
Bedenk deze beginsituatie: iemand komt naar een afspraak om iets terug te geven, maar ontdekt dat de ander niet alleen is. Schrijf nu twee verschillende openingen van elk ongeveer 150 woorden. In versie A begin je vlak vóór het moment van ontdekking; in versie B begin je op het moment erna. Beide versies volgen dezelfde hoofdpersoon en blijven bij dezelfde gebeurtenis. Laat in allebei de openingen zien wat er op het spel staat zonder de volledige voorgeschiedenis te vertellen. Vermijd openingszinnen die de lezer rechtstreeks een raadsel beloven, zoals ‘Later zou blijken hoe belangrijk die dag was’. Zet boven de teksten ‘Versie A’ en ‘Versie B’.
- Omvang: 2 × ongeveer 150 woorden
- Duur: 1 uur
Leerdoel
Oefenen met het kiezen van een effectief instapmoment, waarbij de lezer snel begrijpt wat er gebeurt en tegelijk nieuwsgierig wordt naar de gevolgen.
Beoordelingscriteria
- Instap: beide openingen plaatsen de lezer direct in een gebeurtenis die iets voor de hoofdpersoon betekent.
- Houvast: de lezer kan volgen wie er aanwezig is, wat er gebeurt en waarom dat niet onverschillig is.
- Dosering: de tekst geeft voldoende noodzakelijke informatie zonder de voorgeschiedenis uit te leggen.
- Verschil: de twee instapmomenten leveren merkbaar verschillende leeservaringen op, terwijl het hetzelfde verhaal blijft.
Schrijf beide openingen uit, zet de labels erboven en plak ze achter elkaar in de widget. Ongeveer honderdvijftig woorden per versie; hetzelfde verhaal, twee instapmomenten.
ViaScripta beoordeelt of de lezer houvast krijgt en wil doorlezen, zonder één van je versies voor je te herschrijven. Je hebt geen account nodig.
Je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen. Privacyverklaring
Verder oefenen met deze techniek
Meer oefenen met Creatief schrijven voor beginners? Bekijk de cursus en ontdek hoe je deze techniek verder ontwikkelt.
Maak een gratis account aanGeen creditcard nodig.
Bekijk ook de andere schrijfoefeningen op ViaScripta.