Carolien Cramer: “Een goed verhaal hoeft niet altijd lang te duren”
Carolien Cramer werkte tientallen jaren in de gezondheidszorg voor ze in 2014 debuteerde. Ze publiceert romans en thrillers en won drie verhalenwedstrijden. In dit interview vertelt ze over twee ik-vertellers, de lezer op het verkeerde been zetten en schrijven vanuit iemands werkelijke herinneringen.
Je werkte jarenlang in de gezondheidszorg en debuteerde in 2014 met ’t Zomerhuys. Wanneer is het schrijven serieus geworden, en hoe kwam dat?
In mijn jeugd schreef ik vaak korte verhalen en hield ik dagboekjes bij. Daarin kon ik mijn creativiteit kwijt en mijn fantasie de vrije loop laten.
Ook later was schrijven altijd op de achtergrond aanwezig, maar door mijn werkzaamheden en een druk gezinsleven kwam het er niet van om er serieus iets mee te doen. Pas in 2012 ontstond er meer ruimte en tijd, waagde ik de sprong en schreef ik mijn eerste korte roman.
Thee en Tranen schreef je in 2015 tijdens een sabbatical, op basis van een waargebeurd verhaal. Wat veranderde er aan dat verhaal toen jij het ging schrijven? En waarom?
In verband met de privacy van de betrokkenen, veranderde ik de namen van de personages, hun achtergronden en leeftijden, maar ook de locaties of andere herkenbare details zijn in Thee en Tranen geanonimiseerd. Inhoudelijk heb ik aan het verhaal niets veranderd. De kern is echt gebleven.

Voor Poppenkind gebruikte je de aantekeningen en familieverhalen van Hanna Cats over haar jeugd in Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe schrijf je een scène waarvan je alleen weet dát hij gebeurd is, niet wat erin gezegd of gedacht werd?
Gedurende het schrijfproces van Poppenkind had ik regelmatig contact met Hanna Cats. Zij kon zich uit die periode van haar leven nog heel veel herinneren en erover vertellen, zodat ik tijdens het schrijven van haar verhaal zo dicht mogelijk bij de waarheid kon blijven.
Hanna liet ruimte voor mijn verbeelding, maar corrigeerde waar nodig bepaalde scènes en dialogen.

Welke trekjes van jezelf zijn in je personages terechtgekomen, en hoe voelt dat, als het boek eenmaal bij de lezer ligt?
Wanneer ik schrijf, geef ik altijd een stukje van mezelf weg aan de lezer. Meestal zijn dat kleine dingen, zoals mijn gevoel voor humor, een karaktertrek of een emotie, maar soms ook hoe ik over bepaalde levensvragen denk.
Als ik iets persoonlijks toevoeg, dan gaat een personage voor mij echt leven. Ik vind het mooi als anderen lezen en herkennen wat ik in een verhaal heb verweven, als het op die manier uitwaaiert en groter wordt.
Na drie romans was Dochters van de nacht je thrillerdebuut. Wat trok je naar dat genre? En waarom?
Tijdens het schrijven van korte, spannende verhalen merkte ik dat ik me aangetrokken voelde tot het thrillergenre, omdat ik daar meer creativiteit in kwijt kon. Bovendien zag ik het ook als een uitdaging om meerdere kanten van personages sterker naar voren te laten komen en andere thema’s aan te raken.
Dochters van de nacht heeft twee ik-vertellers: Rosa in het eerste deel, Vera in het tweede deel. Hoe ben je tot die opzet gekomen?
Rosa en Vera vertellen ieder op hun eigen wijze over hun belevenissen. Omdat ze qua karakter sterk van elkaar verschillen, heb ik ze bewust een eigen stem gegeven.
Daarmee heb ik de lezer uitgedaagd om telkens opnieuw na te denken over wat waar is. Ondanks het aanbrengen van dat contrast vullen Rosa en Vera elkaar op een bijzondere manier aan, zodat er ook diepgang in het verhaal ontstaat.

Je won drie verhalenwedstrijden – Ambo|Anthos in 2017, Hebban Thrillermagazine in 2019, de Alice Munro Verhalenwedstrijd in 2021 – alle drie met verhalen van rond de duizend woorden. Wat trekt jou in die korte vorm naast je romans?
Een goed verhaal hoeft niet altijd lang te duren. Ook korte verhalen kunnen je kippenvel bezorgen, je laten ontroeren, je laten lachen, of je van spanning op je nagels doen bijten.
In een kort verhaal moet alles meteen op zijn plek vallen en dat spreekt me aan. En… het houdt me scherp.
Slaap lekker, kleine man speelt in Arnhem 1964. Hoe beschrijf je dat jaar, zonder dat het een geschiedenisles wordt?
Doordat ik opgroeide in de jaren 60 wist ik nog veel details: hoe men met elkaar omging, wat voor kleding men droeg en welke gewoontes men erop nahield, maar ook hoe het straatbeeld er in die tijd uitzag en hoe bijvoorbeeld een klaslokaal rook.
Door de lezer mee te nemen naar die tijd komt de geschiedenis tot leven. Dan lees je niet alleen dat het 1964 is, maar dan voel je het ook.

Je houdt ervan om de lezer ‘in de war te brengen’ en ‘op het verkeerde been te zetten’. Waarom, en hoe pak je dat in een verhaal aan?
Ik houd ervan om de lezer op een dwaalspoor te zetten door plotselinge wendingen toe te voegen en hints te verbergen in een verhaal. Het daagt mensen uit om hun mening te herzien.
Zoiets ontstaat gaandeweg het schrijven, door nieuwe inzichten en ideeën naarmate een verhaal vordert en personages zich verder ontwikkelen. Ik vind het heel mooi om te horen als iemand achteraf zegt: ‘Ah, die had ik niet aan zien komen. Dus zo zit dat.’ Missie geslaagd, denk ik dan.
Maak je vooraf een uitgewerkte plot, of ontdek je het verhaal al schrijvend? En waarom?
Als ik aan een nieuw verhaal begin, dan heb ik dit in grote lijnen in gedachten. Maar personages zijn als mensen en net als in het echte leven kan er in de tussentijd van alles gebeuren waardoor het anders uitpakt en ook het plot verandert.
Hoe het precies afloopt, weet ik pas als het verhaal helemaal geschreven is. Als ik denk: zo is het goed.
Hoe ziet je schrijfdag eruit?
Die begint meestal kort na de middag. Als ik goed in een verhaal zit, ga ik daar in de vroege avonduren mee verder. Het schrijven wissel ik af met korte wandelingen in de omgeving om mijn hoofd weer even leeg te maken en inspiratie op te doen.
Een schrijfdag bestaat niet altijd alleen uit schrijven. Dingen uitpluizen en onderzoeken zijn voor mij van essentieel belang om tot een goed verhaal te komen. Zo ga ik ook regelmatig op locatiebezoek om te zien, te ervaren en te voelen waar een verhaal zich afspeelt.
Wat hoop je dat een lezer meeneemt uit jouw werk? En waarom?
Dat ik hen tot op de laatste bladzijde heb kunnen blijven boeien. Dat ik ze iets heb meegegeven dat nog lange tijd na blijft zoemen en waarover nagedacht wordt. Als ik met mijn verhalen mensen weet te raken, dan geeft dat zin en betekenis aan wat ik doe.
Ook passie voor schrijven?
Jij schrijft elk woord, ViaScripta coacht je naar betere teksten.
Dag en nacht.
Zeven dagen gratis, geen credit card nodig.