Vijf schrijfoefeningen met instant feedback op je eigen tekst

De meeste schrijfoefeningen die je online vindt zijn prima bedacht maar ze leveren je helaas niets op. Je maakt ze en daarna weet je nog steeds niet hoe goed je het gedaan hebt, wat je moet verbeteren, en waarom. Je eigen tekst beoordelen is nu eenmaal het moeilijkste wat er is: jij leest wat je bedoelde, ook als het er niet staat. Bij de vijf oefeningen hieronder krijg je meteen feedback over wat er werkt en wat niet.

Deze oefeningen zijn vergelijkbaar met de schrijfoefeningen in de cursussen van ViaScripta. Ze gaan elk over één techniek en ze zijn opgebouwd volgens hetzelfde stramien.

Je vindt per oefening de opdracht, het leerdoel en vier beoordelingscriteria, plús een uitgewerkt voorbeeld met de analyse erbij. Zo weet je wat je kunt verwachten.

Natuurlijk kun je ook zelf met de oefening aan de slag en plak je je tekst in de widget onderaan de pagina. En nee, je hebt er géén account voor nodig.

Begin bij de oefening waarvan je zelf denkt dat het je zwakste punt is. Als je niet weet wat dat is, begin dan gewoon bovenaan.

1. Personage: de keuze waarbij je personage iets opgeeft

Je kunt je hoofdpersoon tot in detail kennen en hem in je scène niets laten doen waaruit dat blijkt. In deze oefening schrijf je één scène waarin hij moet kiezen tussen twee dingen die hij allebei wil. Tegelijkertijd zeg je nergens met zoveel woorden wat voor iemand hij is.

Je oefent met karakterisering door handeling. De criteria gaan over het dilemma, het verlies, het tonen en de zelfstandigheid van de scène.

2. Dialoog: twee mensen die iets anders van het gesprek willen

De meeste dialogen die niet werken zijn niet slecht geschreven, ze gaan alleen nergens over. In deze oefening schrijf je een gesprek waarin twee personages iets verschillends willen, en zegt geen van beiden wat dat is.

Je oefent met dialoog als handeling. De criteria gaan over de twee doelen, de indirectheid, de verschuiving en de zelfstandigheid.

3. Tonen en vertellen: beschrijven zonder één oordeel

Je kunt uit een tekst alle emotiewoorden verwijderen en nog steeds vertellen. Ga maar na: sjofel en troosteloos lijken waarnemingen, maar het zijn toch echt oordelen. In deze oefening is het de bedoeling dat je een ruimte beschrijft zonder ook maar één waardeoordeel. Aan het eind weet de lezer toch wat de verteller ervan vindt.

Je oefent met het verschil tussen waarneming en oordeel. De criteria gaan over oordeelvrijheid, standpunt, selectie en zelfstandigheid.

4. Perspectief: alles door één paar ogen

Als het over perspectief in een tekst gaat, zijn perspectiefsprongen zelden het probleem, want die zie je zelf ook wel. Wat je niet ziet, zijn de woorden die niet van je personage zijn. In deze oefening schrijf je een scène met twee personages, volledig vanuit één van de twee.

Je oefent met het zogeheten personaal perspectief. De criteria gaan over wat je hoofdpersoon kan weten, of de beelden bij hem passen, of de lezer begrijpt wat de ander voelt, en of de scène op zichzelf staat.

5. Waarnemen: dezelfde ruimte, twee keer beschreven

Als je alle vijf de zintuigen afvinkt in de tekst krijg je een lijstje van wat er in de ruimte te zien, horen en ruiken is. Maar wat iemand daarvan opmerkt, verschilt per persoon, en dat is precies wat een scène van een lijstje onderscheidt.

In deze oefening beschrijf je twee keer dezelfde ruimte, gezien door twee verschillende personages, zonder ergens een stemming te benoemen.

Je oefent met wat je personage opmerkt. De criteria gaan over of dat past bij hoe hij eraan toe is, of de twee versies echt verschillen, of je nergens zegt wat er aan de hand is, en of allebei de fragmenten op zichzelf staan.

Hoe de feedback werkt

Je plakt je tekst en je krijgt binnen een halve minuut een analyse per criterium: wat er al werkt, waar het misgaat en waarom. Geen cijfer, geen herschreven versie, en niemand die meeleest.

De feedback kijkt alleen naar het leerdoel van die ene oefening. Gaat de opdracht over dialoog, dan wordt je dialoog beoordeeld en niet of je zinnen mooi zijn. Dat is precies waarom je na één scène weet of je de techniek succesvol hebt toegepast.

Wil je meer oefeningen, dan zitten er achttien tot twintig in elke cursus, met feedback op elke oefening en zo vaak als je wilt.