Vijftien schrijfoefeningen met instant feedback op je eigen tekst
De meeste online schrijfoefeningen zijn goed bedacht, maar ze leveren je niets op. Ga maar na. Je maakt ze en daarna weet je nog steeds niet hoe goed je het gedaan hebt, wat je moet verbeteren, en waarom. Dan maar je eigen tekst beoordelen werkt niet goed. Je leest wat je bedoelde, ook als het er niet staat. Of je mist de kennis voor een goede beoordeling. Bij de oefeningen hieronder krijg je direct feedback over wat werkt en wat niet.
Deze oefeningen zijn vergelijkbaar met de schrijfoefeningen in de cursussen van ViaScripta. Ze gaan elk over één techniek en ze zijn allemaal opgebouwd volgens hetzelfde stramien.
Dat betekent dat je per oefening de opdracht, het leerdoel en vier beoordelingscriteria krijgt. Zo weet je precies wat je kunt verwachten.
Natuurlijk kun je ook zelf met de oefening aan de slag (vooral doen!). Daarna plak je je tekst in de widget onderaan de pagina en ontvang je binnen een halve minuut gerichte feedback op je schrijfoefening. En nee, je hebt er géén account voor nodig.
TIP: Begin bij de oefening waarvan je denkt dat het je zwakste punt is. En als je niet weet wat dat is, begin dan gewoon bovenaan.
Kort verhaal schrijven
Schrijf een compleet kort verhaal met begin, midden en eind in maximaal 400 woorden.
Scène schrijven
Schrijf één krachtige scène met een duidelijke inzet, conflict en verandering.
Spanning opbouwen
Bouw spanning op zonder actie: alleen door middel van details en timing.
Verhaal beginnen
Schrijf twee verschillende openingen voor hetzelfde verhaal en ontdek wat elke opening doet.
Verhaallijn bedenken
Bedenk een verhaallijn in drie fragmenten waarin elke keuze van je personage een groter probleem veroorzaakt.
Flashback schrijven
Verwerk een flashback op een manier die het verhaal vooruithelpt in plaats van afbreekt.
Verhaaleinde schrijven
Schrijf een slot dat voelt als een echte afronding, zonder alles te verklaren.
Verteltempo en ritme
Schrijf dezelfde scène twee keer: één keer snel, één keer traag. Voel het verschil.
Zintuiglijk schrijven
Beschrijf één ruimte vanuit twee personages en ontdek of je details laten zien wie ze zijn.
Perspectief schrijven
Schrijf één scène consequent vanuit één personage en check of je perspectief nergens wegschiet.
Show, don’t tell
Schrijf een beschrijving zonder oordelen of emotiewoorden en zie of je toont of toch nog vertelt.
Dialoog schrijven
Schrijf een dialoog waarbij je ziet wat er tussen de personages speelt, niet alleen wat ze zeggen.
Personage ontwikkelen
Schrijf één scène waaruit je personage blijkt, zonder hem te beschrijven of te verklaren.
Hoe de feedback werkt
Je plakt je tekst en je krijgt binnen een halve minuut een analyse per criterium: wat er al werkt, waar het misgaat en vooral ook: waarom. Geen cijfer dus, geen herschreven versie (dit is géén AI die voor je schrijft!), en niemand die meeleest.
De feedback kijkt alleen naar het leerdoel van die ene oefening. Gaat de opdracht over dialoog, dan wordt je dialoog beoordeeld en niet of je zinnen mooi zijn. Dat is precies waarom je na één scène weet of je de techniek succesvol hebt toegepast.
Wil je meer oefeningen, dan zitten er zestien tot achttien in elke cursus, met feedback op elke oefening en ook nog eens zo vaak als je wilt.